Theaterbeest Robbert Jan Proos legt de lat graag hoog

Stijn Keuris
Hilversum

Theatermaker Robbert Jan Proos (40) is één van de drijvende krachten achter de Hilversumse theatergroep De Fusie. De verhuizing naar het nieuwe onderkomen in gebouw Santbergen slokt bijna al zijn tijd op. Ondertussen moeten nieuwe plannen uitgewerkt worden en de volgende voorstelling schrijft zichzelf niet. Proos heeft daarbij een evenementenbureau en werkt in de horeca.

Het was niet dat het pand van het ter ziele gegane Theater Achterom niet meer voldeed. Maar De Fusie was hoofdhuurder en kreeg daarmee niet alleen de huur te verwerken. Ook verzekeringen, gas, licht en andere kosten kwamen er maandelijks bij. En aangezien De Fusie een amateurvereniging is, werd het te duur.

Volgens Robbert Jan Proos, naast artistiek leider, schrijver, toneelspeler en workshopleraar, door omstandigheden, ook nog even voorzitter van De Fusie, worden de inkomsten van een voorstelling het liefst direct geïnvesteerd in het volgende project. Daarom werd de zoektocht gestart naar een nieuw thuis. Dat werd gevonden in gebouw Santbergen aan de Noorderweg vlak achter het centraal station van Hilversum, waar De Fusie onderhuurder is en daarmee van veel extra lasten verlost is.

Echt veel is er nog niet te zien, behalve bouwvakkers. Zelfs een korte rondleiding met veel voorstellingsvermogen over hoe het eruit komt te zien zit er niet in. De vloer is net gelegd en daar mag niet over gelopen worden. Maar Hilversummer Proos weet het zeker: ,,Het gaat echt mooi worden”.

Proos werd in 1976 in Zeeland geboren. In die tijd had hij nog geen theateraspiraties. Toch trok hij op zijn negentiende naar de Randstad en studeerde Interaction Design aan het Hilversumse departement van de Hoge School voor de Kunsten Utrecht. De aandacht van Proos verschoof richting theater en hij begon bij De Fusie toneellessen te volgen. Spelen deed hij daar niet, maar hij schreef wel een cabaretprogramma.

Na het aflopen van verschillende festivals en het winnen van prijzen kon hij het land door met zijn eigen werk. Het lukte niet om definitief tot het elitekorps der cabaretiers door te breken. ,,En dat gaat nu ook niet meer lukken”, zegt Proos. ,,Ik ben veertig, gaat het nu dan wel gebeuren? Ik denk het niet, maar dat is ook niet erg. Het is een eenzaam vak. Het lijkt allemaal geweldig, maar je hebt ook van die avonden dat je naar een plaats ver weg moet en het glad is op de weg. Dan kom je eindelijk bij het theater aan en blijken er twaalf mensen te zitten. De andere keer zitten er een paar honderd. Het is leven met extreme pieken en dalen. De successen zijn geweldig, de teleurstellingen minstens even groot.”

Rasartiest

,,Artistiek moet het ook allemaal maar op het goede moment gebeuren. Soms heb je geen inspiratie om te schrijven, of heb je op het podium wat minder invallen. Het is een jojo-bestaan. Ik heb heel veel meegemaakt en geleerd, maar ik denk dat ik wel kan zeggen dat ik nu gelukkiger ben. Natuurlijk heb ik het wel vervelend gevonden. Ik heb ook pech gehad. Net toen ik toerde kwam de economische crisis waardoor veel kleine theaters dicht gingen. Ik ben een rasartiest en veel mensen die de hele avond om mij gelachen hadden snapten er niets van dat het me niet lukte. Je kunt allemaal dingen verzinnen, maar uiteindelijk heb ik het zelf niet gered. Punt. Een teleurstelling is makkelijker te verwerken als er iets tegenover staat. Door De Fusie was dit verbazend makkelijk te verwerken. Anders was ik met al die aspiraties en intenties blijven zitten, nu kan ik er wat mee.”

Niveau

De ervaring gebruikt Proos niet alleen voor zijn eigen schrijfwerk en spel, maar ook om anderen op te leiden. De Fusie wil uniek zijn. Niet ieder aspirant-lid voldoet aan de voor een amateurgezelschap hoge eisen. Er wordt gewerkt met workshops en dan gaat het niveau met de week omhoog. Aan het eind van de rit kijkt Proos wie wel en niet geschikt is. ,,Dat gaat niet alleen maar over spelkwaliteit, maar ook over samenwerken. Theatermaken gaat om veilig samenwerken en als iemand dat niet kan, past hij of zij niet bij de club. Van de vijftien kandidaten blijven er meestal drie of vier over. Sommige mensen verwijs ik door naar een minder ambitieuze vereniging en in de meeste gevallen zijn de kandidaten daar blij mee. Maar soms stuit ik ook op onbegrip. Elk jaar is er minimaal één iemand boos. En natuurlijk heb ik het altijd gedaan. Ook afwijzing hoort erbij, ik ben zo vaak afgewezen. Je moet daar tegen kunnen in deze wereld. We hebben die drempel nodig. Er zijn veel verenigingen in de regio die het geweldig doen, maar ik denk dat wij iets bijzonders neerzetten.”

Magische gevoel

,,We weten ook dat je zo in Amsterdam of Utrecht zit en je daar bij professionele gezelschappen de klassieke stukken op een enorm hoog niveau kunt zien. Dus doen we niet zo veel klassiekers, we willen uniek theater te maken dat nergens anders te zien is. We proberen al onze ideeën uit te werken tot gave producties. En De Fusie probeert de lat steeds hoger te leggen. Misschien hebben we uiteindelijk ons plafond bereikt, maar ik heb niet het idee dat we daar al zijn. Of ik zelf die ambitie nodig heb? Misschien wel. Het magische gevoel dat ontstaat op het podium als je iets bijzonders doet is ongeëvenaard. Maar het is er niet altijd. Dan weet ik dat ik de lat hoger had moeten leggen.”

Wat De Fusie onderscheidt van vele collega-gezelschappen is dat er tot voor kort geen subsidie is aangevraagd. Alleen voor de verhuizing schreef Proos een brief aan de wethouder en met succes. Maar in deze tijden blijft subsidie een heikel punt. In 2011 leidde de bezuinigingen op kunst en cultuur tot felle maatschappelijke discussies. Proos ging toentertijd met zijn eigen programma het land door en kreeg geen subsidie.

,,Maar de theaters waar ik kwam wel en die gingen failliet. In die zin heb ik er ook last van gehad, maar ik vind het wel een lastige discussie. Aan de ene kant was het niet goed om hele groepen weg te vagen en ze geen aanpassingstijd te geven. Aan de andere kant getuigt elk jaar je hand ophouden en zeggen dat het niet anders kan van weinig ondernemersgeest. Er zijn ook verenigingen en theaters die het wel gered hebben. Ik heb ook rapporten gelezen van theaters die in beroep gingen en dan dacht ik soms wel: ’je had gewoon meer je best moeten doen’. Subsidie maakt heel erg lui. Misschien is het voor mij makkelijk praten als voorzitter van een amateurgroep. Ik weet alleen hoe wij rond moeten komen. Maar ik heb wel het idee dat je de intentie moet hebben om het zonder te doen. Er waren genoeg theaters die nog drie technici in dienst hadden, terwijl ze vier voorstellingen per week draaiden. Dat was er dan ingegroeid en natuurlijk wil je die mensen niet op straat zetten. Maar als je realistisch kijkt heb je gewoon geen geld voor drie banen en moet je lastige keuzes maken. Doe je dat niet, dan worden die keuzes voor je gemaakt.”

Ook voor Proos is de theaterwereld geen vetpot. De Fusie levert hem financieel niets op, het evenementenbureau een beetje en de rest wordt aan elkaar geknoopt met horecawerk. ,,Dat is in het Muziekcentrum van de Omroep, dus daar kom ik wel veel musici en andere kunstenaars tegen. Het is een prettige omgeving en ik heb het daar goed naar mijn zin. Het is helemaal niet erg om er wat bij te doen en met mijn evenementenbureautje speel ik vaak op locatie en dan is het meestal uitverkocht. Ik krijg prachtige opdrachten en werk met geweldige mensen samen, waarmee ik weer unieke producties maak. Van het theaterwerk alleen zal ik nooit kunnen leven. Dat is geen gebrek aan ambitie, maar realistisch. Ik ben nou eenmaal geen Brigitte Kaandorp. Het is maar heel weinigen gegeven om volledig rond te komen in dit vak.”

Zingen

Het is allemaal goed zoals het is, maar had Proos niet graag één ding anders willen doen?

,,Ik had wel de Kleinkunstacademie willen volgen. Ik kan het allemaal, maar veel heb ik niet geleerd. Ik had de technische handvatten wel willen hebben. Maar ik blijf een jongetje uit Zeeland. Toen ik voor het eerst tegen mijn moeder zei dat ik het podium op wilde, was het een beetje: “zou je dat nou wel doen?”. Niet dat het niet mocht, maar in Zeeland hoeft dat expressieve niet zo.”

,,Misschien heb ik me te veel laten tegenhouden. Ik was op die leeftijd niet in staat om die keuze te maken en dus heb ik hem maar niet gemaakt. Ik heb het altijd fantastisch gevonden om te zingen, maar ik had het gevoel dat niemand op mijn gezang zat te wachten. Nu merk ik dat ik het gewoon kan. Spijt is iets heel stoms, dus je zou kunnen zeggen dat ik het jammer vind.”

Meer nieuws uit Gooi en Eemland

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.