Aanvaarden nationaal-socialisme was voor Avro's Willem Vogt ’beginsel’

Ronald Frisart
Hilversum

Ieder moment kan Hilversums burgemeester, Pieter Broertjes, op zijn bureau de mededeling krijgen: ja, het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR) in Den Haag heeft een dossier over de oorlogsgeschiedenis van Avro-directeur Willem Vogt. De termijn die het CABR maximaal neemt om op verzoeken om informatie antwoord te geven, verloopt namelijk dinsdag. Een goed moment om nog even door te nemen waarom de naam Willem Vogt misstaat in het Gulden Boek van de gemeente, zoals deze krant begin maart suggereerde.

Van Dick Verkijks vuistdikke werk ’Radio Hilversum 1940-1945. De omroep in de oorlog’ wordt een mens niet vrolijk. Veertig jaar na verschijning mag het boek gerust een klassieker heten in de geschiedschrijving over de Nederlandse omroep.

Kleerscheuren

Dik zevenhonderd pagina’s achtereen bombardeert Verkijk (Haarlem 1929, zelf werkzaam geweest voor VPRO en NOS) zijn lezers met feiten en feitjes uit de oorlogsjaren. Geen enkele leidinggevende uit de toenmalige omroepwereld komt er zonder kleerscheuren vanaf. Maar het bontst van allen heeft Avro-directeur Willem Vogt (1888-1973) het wel gemaakt.

Hoofddoel van de bezetter was, zo schrijft Verkijk, ’de Nederlandse omroep tot Aussenstelle van de RRG (de Duitse staatsomroep in Berlijn, RF) degraderen - met of zonder de omroepen’.

Melkpad

Het voornaamste instrument dat de Duitsers daarvoor inzetten was de Rundfunkbetreuungsstelle (RBS), in Hilversum gevestigd bovenaan het Melkpad (nummers 36 en 38), dus heel dicht bij de toenmalige Avro-studio.

Aanpassing aan de bezetter was vanaf het begin het parool in ’Hilversum’. De vraag waarom de leidingen van de (toen nog) vijf omroepen - Avro, Vara, KRO, NCRV en VPRO - die houding aannamen, beantwoordt Verkijk aldus: ze wilden hun ’apparaat’ behouden, dat wil zeggen de hele omroep-infrastructuur: van de gebouwen, via de apparatuur tot en met de omroepgidsen.

Vogt heeft opgemerkt dat daardoor ’natuurlijk wel een conflict van verantwoordelijkheden ontstond’. Maar, tekent Verkijk daarbij aan, ’dat conflict (kon) bij de Avro nooit zo groot worden als bij de ideologische omroepen, omdat (de Avro) zich uitdrukkelijk a-politiek noemde’.

Vogt aanvaardde

Waarna Dick Verkijk maar meteen doorstoot naar de vernietigende slotsom: ,,De conclusie is gewettigd, dat de Avro in het algemeen en Vogt in het bijzonder bereid waren het nationaal-socialisme als realiteit te aanvaarden - en niet alleen om betere tijden af de wachten (zoals de andere omroepen, RF), want voor een ’algemeen’ apparaat bestaan er geen betere of slechtere tijden. De enige maatstaf is of men kan doordraaien of niet. Wat bij andere omroepen een verdorvenheid was, was bij de Avro een beginsel’’.

Heeft Willem Vogt in 1940 en 1941 - de jaren waarin de omroepen stap voor stap verder werden klemgezet, tot uiteindelijk per 9 maart 1941 de genazificeerde Nederlandsche Omroep van start ging - zich aan ergere misstappen bezondigd dan andere omroepbestuurders? Ja en nee. Nee, omdat vrijwel allen, zij het met hier aan daar wat tegenstribbelen, stap voor stap de Duitsers tegemoet zijn gekomen.

Jan Broeksz

Alleen Vara-man Jan Broeksz (ook ingeschreven in Hilversums Gulden Boek) weigerde. Al heeft zelfs hij in 1941 even deel uitgemaakt van de leiding van de ’geconcentreerde omroep’. Hij heeft daartoe zelfs een Ariërverklaring getekend. Maar al na een maand nam Broeksz weer ontslag omdat hij inzag een heilloze weg te zijn ingeslagen. Toen nazi-slippendrager Rost van Tonningen op zondag 21 juli 1940 aan de Hilversumse Heuvellaan kwam vragen of de Vara-leiding wilde doorwerken, was het Broeksz die als enige weigerde: ,,Ik doe het niet, dan maar naar een concentratiekamp’’.

Anderzijds: ja, Willem Vogt heeft het op enkele punten bonter gemaakt dan andere kopstukken van de omroep. Zo bood hij NSB-leider Anton Mussert zendtijd en de daarvoor benodigde apparatuur aan. Voorts liet hij zijn reportageleider Louis Gerard Wybrands Marcussen in juni/juli 1940 naar Berlijn reizen om Max Blokzijl te vragen nazivriendelijke radiopraatjes te houden (waarmee deze uiteindelijk op 2 februari 1941 begon). Dat Wybrands zelf sympathie koesterde voor Hitlers NSDAP wist Vogt al voor de Duitsers Nederland binnenvielen. ,,Daar had hij niet alleen niets op tegen, maar hij vond dat gunstig’’, noteerde Verkijk uit Wybrands mond.

Tranen

Als klap op de vuurpijl ontsloeg Vogt op al op 21 mei 1940, nog geen week na de capitulatie en zonder dat de bezetter erom had gevraagd, een aantal joodse programmamakers, van wie Han Hollander en Jacob Hamel de bekendsten waren. Jetty Cantor heeft later gezegd dat Vogt haar het ontslag ’in tranen’ heeft aangezegd. Dick Verkijk ziet daarin krokodillentranen.

Redding

,,Tegen het eind van de oorlog is Vogt met een door hem zelf ontworpen brief naar (de in mei 1940 ontslagen, RF) Albert van Raalte gegaan’’, meldt Verkijk, ,,waarin stond dat hij, Van Raalte, altijd goed was behandeld door Vogt. Om een reden die insiders tot op de dag van vandaag verbaast, heeft Van Raalte die brief getekend. Het is na de oorlog Vogts redding geweest.’’

Met dat laatste moet Verkijk doelen op het Bijzonder Gerechtshof in Amsterdam, dat Vogt in 1948 uiteindelijk buiten vervolging stelde. De omroep-zuiveringscommissie-Drost, die zich eerder over Vogts handel en wandel in de oorlog had gebogen, heeft het joden-ontslag van 21 mei 1941 namelijk helemaal niet onder de loep genomen. Het was, merkwaardig genoeg, niet als klacht tegen hem ingebracht. Dat verklaarde althans mr. J.A.H.J. Van der Dussen, lid van die zuiveringscommissie, in 1988 in het VPRO-radioprogramma ’Het spoor terug’. Als we het hadden geweten, zou het stellig anders gelopen zijn, stelde Van der Dussen terugkijkend. Met andere woorden: dan was het maar zeer de vraag geweest of Vogt ’gezuiverd’ weer bij de Avro aan de slag had gekund.

Opmerkelijk genoeg was Vogt met het ontslag van joden niet eens de eerste in omroepland. Verkijk citeert uit een briefwisseling tussen twee NSB’ers: ,,De KRO telt nog slechts twee joodsche musici, in de leiding van de KRO zit geen enkele jood. Sinds de Heer Schaffers de leiding van de programma-afdeeling bij den KRO in handen nam, verdwenen ruim 15 joden uit het KRO-orkest’’. Verkijk wijst erop dat dat al begon in 1939.

Maar Schaffers of andere KRO-voorlieden uit de oorlogsperiode staan niet in het Gulden Boek van Hilversum. Vogt wel. Nog wel?

Meer nieuws uit Gooi en Eemland

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.