De vonken van de smidshamer

Op de vraag waar hij trots op is, antwoordt Piet Mijwaart zonder omhaal: ,,Mijn kinderen!’’ 
Foto: Studio KastermansBben den Ouden

Op de vraag waar hij trots op is, antwoordt Piet Mijwaart zonder omhaal: ,,Mijn kinderen!’’ Foto: Studio KastermansBben den Ouden

Piet Mijwaart paste wel op ’een schop met een voetje’ te vragen. Foto: Privécollectie

Piet Mijwaart paste wel op ’een schop met een voetje’ te vragen. Foto: Privécollectie

1 / 2
Simone Stevens
Nederhorst den Berg

Ketels bikken, hekwerken smeden, fietsen maken: ooit was het allemaal handwerk. Waar nu fabrieken 24 uur per dag draaien, maakten vroeger jonge mannenhanden ambachtelijk smeedwerk. ,,Je leerde het vak van elkaar’’, blikt Piet Mijwaart terug op zijn loopbaan bij Den Bak en Scherpenhuijsen.

Veertien was Mijwaart toen hij ging werken bij de smederij, hoefsmederij, kachelsmid en constructiebedrijf Den Bak en Scherpenhuijsen in Nederhorst den Berg. Acht jaar lang was hij naar de School met de Bijbel gegaan, nu was hij blij dat hij aan het werk kon. ,,Anderen gingen naar de avondschool, maar ik was makkelijk. Daar had ik geen zin meer in.’’ De leerplicht zat erop en via zijn oudste zus, die was getrouwd met de zoon van de baas, rolde hij het bedrijf in.

Mijwaart leerde het geheim van de smid in de praktijk. ,,Iemand deed je iets voor, zo leerde je het vak.’’ Met gemiddeld tien collega’s was er altijd wel iemand die hem iets kon voordoen of aan wie hij iets kon vragen. ,,Ik ben begonnen met fietsen maken onder leiding van Scherpenhuijsen senior.’’ Naast fietsen maakte Den Bak en Scherpenhuijsen hekwerken, tuingereedschap zoals schoffels en deden ze reparatiewerk aan landbouwwerktuigen. ,,Toen ik jong was, had ik wel eens last van die rotherrie in de werkplaats en was ik blij dat ik naar huis kon.’’

In de wasserijen repareerden ze wasmachines en maakten ze ketels schoon. ,,Je deed echt van alles en ging ook vaak op pad.’’ Met de paardensmederij van het bedrijf had Mijwaart de minste affiniteit. ,,Als het nodig was hielp ik wel, maar ik was er niet zo gek op …’’ Het werk bij de wasserijen was altijd ’s avonds en ’s nachts, als het bedrijf was gesloten. ,,De overuren werden goed betaald. Die centen mocht ik ook zelf houden.’’ Zijn gewone inkomen moest de jonge smid thuis allemaal aan moeder afstaan. Pas na zijn huwelijk hield hij het loon voor zichzelf. Tot die tijd was iedere cent welkom in het gezin met acht kinderen. ,,Ik begon met 7,5 gulden per week, dat bedrag ging al snel omhoog. Van moeder kreeg ik zakgeld, daar kocht ik sigaretten van. Als je toentertijd niet rookte, telde je niet mee.’’

Het mooiste aan zijn loopbaan vond Mijwaart het maken van kachelpijpen. ,,Dan maak je echt iets. Je begint met een stuk plaat. Een paar dagen later is het een pijp op maat, precies goed voor de kachel en het huis waarvoor die is bedoeld.’’

Een roetkanaal in een wasserij schoonmaken daarentegen was de ergste van alle voorkomende werkzaamheden. ,,Moest je met een lampje en bikhamer zo’n ketel van 30 bij 40 centimeter half in om daar ketelsteen weg te bikken. Door de olie kwam je er zo vet als een eend uit. Daarna liep ik een dag lang roet te spuwen, je ogen zagen eruit alsof je Zwarte Piet was geweest. We hadden thuis geen goede douche, dus ik moest water opwarmen op het petroleumstel en me met een emmer en een teiltje zien schoon te wassen.’’

Naast deze zwarte ellende was er ook tijd voor geintjes. Zo werd hem eens gevraagd een ’Een schop met een voetje te halen’. ,,Daar ben ik niet ingetrapt, want als je dat aan iemand vroeg, kreeg je een schop onder je kont.’’

De werkweek van Mijwaart telde 48 uren, verdeeld over vijfenhalve dag. Heel gewoon in die tijd. ,,Maar we wilden op zaterdag wel kunnen voetballen! Daarom werkten we doordeweeks iedere dag een kwartier langer, zodat we zaterdag al om 12.00 uur vrij waren in plaats van 13.00 uur.’’

In 1949 onderbrak Mijwaart zijn loopbaan toen hij voor zijn militaire dienstplicht naar Indië werd gestuurd. Toen hij in 1950 terugkwam en na een maand ontschepingsverlof weer aanklopte bij Den Bak en Scherpenhuijsen hoorde hij van de ene baas: ,,Nou Piet, anders graag, maar nu hebben we geen werk meer.’’ Waarop de andere baas zei: ,,Piet hoort hier!’’ Bovendien waren bedrijven verplicht jongens terug te nemen na hun dienstplicht. En dus ging Mijwaart weer aan de slag als smid en kreeg bij zijn huwelijk in 1953 een kolenhaard cadeau van zijn werkgever. ,,Ze waren niet min hoor!’’

Toen in 1959 een grote aardgasbel werd gevonden bij Slochteren ging het bedrijf ook in gaskachels en centrale verwarmingen. ,,Toen kwamen we bij mensen thuis, dat was heel gezellig. De meeste vrouwen werkten niet, dus je dronk ook een kopje koffie of thee.’’

Toen Mijwaart in 1971 25 jaar in dienst was, kreeg hij een luxe cadeau. ,,Ik kreeg een kleurentelevisie met een Duitsland-antenne. Ineens konden we naast Nederland 1 en 2 ook Duitsland 1 en 2 kijken!’’

Intussen namen de machines in fabrieken steeds meer het smidswerk over. Het zware werk had bovendien zijn tol geëist; rond zijn 53ste kreeg Mijwaart last van zijn rug. ,,Onder de vloer werken met die zware buizen ging niet meer.’’ Hij ging 75% werken, werkte daarna een tijd slechts halve dagen tot zijn lijf uiteindelijk het werk niet meer aankon en hij werd afgekeurd.

Onlangs is zijn vrouw gestorven na een huwelijk van bijna 62 jaar. Weer een nieuwe fase. Vervelen doet Mijwaart zich niet. Hij speelt accordeon en heeft met vijf volwassenen kinderen en kleinkinderen genoeg aanloop en dynamiek om zich heen. Op de vraag waar hij trots op is, antwoordt hij dan ook zonder omhaal: ,,Mijn kinderen!’’

Paspoort

Naam: Piet Mijwaart

Was: smid

Leeftijd: 85

Woont in: Nederhorst den Berg

Meer nieuws uit Gooi en Eemland

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.