’Zo onderhoud je het hogere zijn’

Tialda Hoogeveen
Bussum

Een gemeentelid luidt de klok van de Christoforuskerk. Stil lopen we vanuit de koffieruimte de kerk in en zoeken we een stoel. Plek zat, er zijn achttien bezoekers deze ochtend. „De mens wordt heler door de mensenwijdingsdienst. Door te communiceren met de geestelijke wereld, onderhoud je het hogere zijn”, aldus priester Els IJsselmuiden.

Al voordat de mensenwijdingsdienst, zoals de kerkdienst van de Christengemeenschap heet, van start gaat, klets ik met enkele mensen in de koffieruimte. „Ik kom hier al zo’n 35 jaar”, vertrouwt een zestiger me toe. „Toen ik hier pas kwam, dacht ik: wat doe ik hier?! Ik ben gereformeerd opgevoed, maar had die kerk al lang achter me gelaten. Dan zoek je toch iets. Via de kinderen - zij gingen naar de vrije school - kwam ik hier terecht. Nu kom ik hier iedere zondag.”

De kerk ruikt naar natuurwinkel, naar de fijne geur van natuurlijke zeepjes. De wanden zijn beschilderd in lila, de cultusruimte voorin de kerk heeft een paarse wand. Hoeken van 90 graden ontbreken in de constructie en natuurlijke materialen springen in het oog.

Ziel

De priester loopt naar binnen met in haar hand een kafgedekte kelk. Ze draagt een lang wit gewaad met daaroverheen een rode kazuifel. De twee ministranten, de dames die IJsselmuiden assisteren tijdens de dienst, hebben een lang rood gewaad aan met daarover een halflang wit gewaad en een rood schoudermanteltje. Ook op het altaar in de cultusruimte ligt een wit kleed met daarop een rode loper. Ieder christelijk jaarfeest heeft een andere kleur, rood staat voor Pasen dat bij de Christengemeenschap tot Hemelvaart duurt. „De kleuren werken door op onze ziel”, aldus de priester.

Vooraf heeft een ministrant de zeven kaarsen aangestoken, de dame op de tenorlier start de openingsmuziek. Het icoon tegen de paarse wand licht op. In pastelkleuren is daar Jezus weergegeven, onderaan een klein kruis, twee personen naast hem strekken hun handen naar hem uit. In de lichtende gestalte daarboven lijkt het alsof God zijn rechterhand heft en neerkijkt op het tafereel.

Met een stem zacht als velours spreekt IJsselmuiden de wat plechtstatige en poëtische teksten uit die voor het hele jaar vastliggen; het getijdegebed wisselt met het jaarfeest. De woorden mogen niet vermenigvuldigd worden. Niet in dit artikel, nergens. „Deze cultische woorden dienen om gehoord te worden, van mond tot oor te gaan en niet een eigen leven te leiden als het van hand tot hand gaat”, licht IJsselmuiden toe. „Wij priesters schrijven ze wel in ons rituaalboek, maar verder is het niet de bedoeling om ze op schrift te stellen.”

Cultusruimte

Tijdens de dienst staan IJsselmuiden en de twee ministranten met hun gezicht naar het altaar, met de rug naar de gemeente. „Zij praat namens ons naar de geesteswereld”, vertelt een gemeentelid later bij de koffie.

Wat opvalt is dat het boek steeds van plaats wordt verwisseld op het altaar. Een gebruik dat te maken heeft met de opbouw van de dienst, zo begrijp ik later. De priester draagt haar zwarte baret, die overigens een andere vorm heeft dan de Franse baret, enkel bij binnenkomst, bij vertrek en tijdens de preek. Gedurende de dienst maakt de gemeente zeven keer een klein kruis op voorhoofd, kin en borst, vergezeld door steeds dezelfde woorden van de priester die, net als in veel andere christelijke kerken, betrekking hebben op de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Ook leest de priester kort voor uit de bijbel vanaf de blankhouten kansel, nu richting de gemeente. De Christengemeenschap leest in de dienst louter het nieuwe testament en laat het oude testament hier buiten beschouwing. „Wij zijn een nieuwetijdskerk”, licht een gemeentelid toe. „Wij zijn, in hernieuwde vorm, een voortzetting van alle oude religies, zoals het Jodendom of die uit het oude Egypte.”

De korte preek die volgt, besluit IJsselmuiden met: „We kunnen een nieuwe wereld laten ontstaan door vele tijden. Nieuwe tijden komen, dat dat gebeurt is onontkoombaar. Net zoals de zon voor ons opgaat. Stralend. Zo zij het!” Dan wordt de dienst, weer naar het altaar gewend, vervolgd.

De gemeente zingt voor de tweede en laatste keer. Dit is een dienst die je in stilte ondergaat.

De communie gaat van start. In een brede rij gaan de aanwezigen voorin de ruimte staan. Wierookgeur dwarrelt nog na door de kerk. De priester loopt driemaal langs ieder gemeentelid; de eerste keer om een hostie te geven, de tweede keer om een ieder alcoholvrije wijn laat drinken uit de gewijde kelk en een derde keer met een zegen.

Vrijheid

Na een snelle kop koffie mogen we nog eens naar binnen voor de korte kinderwijdingsdienst. Opnieuw worden de kaarsen aangestoken door de ministrant voordat de kinderen binnenkomen. Pas als de kinderen weg zijn, gaan de kaarsen weer uit. „Voor kinderen brandt het licht altijd”, verklaart iemand die keuze.

Na afloop, tijdens de koffie, valt me op dat mensen het woord vrijheid hoog in het vaandel hebben staan als ze praten over hun gemeente. IJsselmuiden: „Wij hebben geen dogma’s en mensen mogen het evangelie lezen zoals ze willen. Wij dopen kinderen wel, maar alleen om ze verwelkomen. Daarmee zijn ze niet lid. Dat mogen ze later zelf kiezen.”

Meer nieuws uit Gooi en Eemland

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.