Gedogen bestaat niet meer

Mart Smeets

Er was een tijd dat sportmensen naar ’herintreders’ binnen hun sport keken, hun schouders ophaalden en daarna toch maar van start gingen. Tegen een ex-valsspeler, dat wel.

Dat was ook in de tijd dat er in de heel grote sportwereld een gezegde de ronde deed dat ’iedereen recht heeft op een tweede kans’ als geaccepteerd gold.

Ik vond ook dat er aan die tekst niet te veel mis was. Het had te maken met menselijk gevoel; natuurlijk waren die gebruikers hufters, maar ook die kunnen zich verbeteren, nietwaar? Tijden veranderen en deze week werd voor het eerst echt duidelijk dat de nieuwe, jonge sportmens het niet langer pikt dat er naast haar of hem een andere sporter staat die enige tijd buitenspel heeft gestaan wegens dopinggebruik.

Gedogen bestaat niet meer, het is nu oorlog, naar blijkt. Waar het IOC aarzelt, antwoorden de sporters. Eerst was er de jonge Australiër Mack Horton die een staar-en-negeer-actie tegen zijn Chinese opponent Sun Yang toonde die er wezen mocht. ’Ik hou niet van dopingklanten’ zei de zwemmer en weigerde zijn tegenstrever een hand te geven.

De Amerikaanse zwemster Lilly King (19 jaar jong) had ook geen goed woord voor haar Russische opponente Yulia Efimova (16 maanden aan de kant en gekend meldonium-klant) en negeerde haar, wilde niet naast haar zitten bij de persconferentie en weigerde de aangeboden koptelefoon om haar in het Russisch uitgesproken verhaal vertaald in Engels te kunnen verstaan. Bij de medailleceremonie (King won) keek ze haar tegenstreefster niet aan en deed of ze niet bestond.

En dan was er een duidelijke uitspraak van de Franse zwemvedette Camille Lacourt. Hij zei in l’Equipe dat hij het nauwelijks kan aanzien dat herintreders bij de Spelen op een podium komen te staan. Voor Sun Yang had hij geen goed woord over: „Als hij in het zwembad ligt dan kleurt het water paars…van zijn pis…”

Meer nieuws uit Sport