Wat een bak

Kelly van Hal

Bijna lag ik eronder. Onder de reus. Hij is groot en zeer aanwezig. Bruut en imponerend. Hij kan het nauwelijks helpen dat hij me raakt.

Hij zuipt, toch wordt hij begeerd. Maar ook vervloekt. Bijna iedere Gooische die hem kan betalen rijdt hem. Hij is overal. Echt overal, het Gooi is zijn terrein. Toch zijn we nog niet op hem berekend. Hij kan niet inparkeren en heeft nauwelijks genoeg aan één weghelft. De SUV XL. Nog populairder dan de Volvo stationcar. Size matters.

Achter het stuur van de blinkende terreinwagen zit een chagrijnige midlife man. Hij scheurt alsof hij in zijn sportauto zit. Hij is duidelijk zuur omdat hij in de bak van zijn vrouw rijdt. Daar passen wel zes kinderen in. Veel meer dan het maximale aantal waarmee je het gezellig houdt onderweg. Bovendien zijn er altijd vier van hemzelf bij. Vier! Het nieuwe drie, heel normaal tegenwoordig in het Gooi. Met een au pair, dat gelukkig wel, anders is het heel hard aanpoten. En dan heeft hij nog het geluk dat hij bij zijn eerste vrouw is gebleven. Nou ja, in dit opzicht dan. Want anders was het leed in de auto helemaal niet meer te overzien. Een samengesteld gezin, hij moet er niet aan denken. Zo’n jonge meid is natuurlijk veel aantrekkelijker, hoewel die willen ook baby’s. Het risico op een tweede leg neemt hij liever niet. Even gas geven dan maar.

Nu staat zijn bolide neusje neusje met mijn fiets. Ik hoor bij de SUV-loze deel van de plaatselijke bevolking. En kan hem daarom naar hartenlust vervloeken.  Niet scheldend met vingers omhoog en rammend op de motorkap, zoals in Amsterdam. Ik slik al mijn verwensingen tegenwoordig netjes in. Ter compensatie trek ik een hele chagrijnige kop. En kijk erg bezorgd naar mijn kinderen waarmee echt helemaal niets aan de hand is. In de hoop op welgemeende excuses die ik minzaam in ontvangst zal nemen. Maar wat doet de midlife man? Hij stapt uit en inspecteert zijn auto. Zijn colbertje gooit hij over zijn schouder, hij onderwerpt zijn motorkap aan een grondig onderzoek. Geen kras. Hoe kan het ook, ik aaide slechts zijn bumper. Wel een zwarte streep over zijn hagelwitte overhemd. En een stille vloek.

Ons keurt hij geen blik waardig. Ik baal dat Nikki, onze peuter van drie, niet jammert. Dat kan ze namelijk heel goed. Dus roep ik alleen nog even heel hard, ‘gelukkig remde mama wel op tijd, hè kinderen’. En schamp per ongeluk zijn linker voorportier. Ik kan het niet helpen. Het is onze ‘tweede auto’, net zo ruim en net zo breed, mijn bakfiets.xl.

Meer nieuws uit Gooi en Eemland

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.