'Mensen kunnen van de oorlog leren'

hilversum

Leerlingen van de Scholengemeenschap Huizermaat te Huizen interviewden hun grootouders in het kader van deze rubriek. Lisanne van der Pijl sprak met haar oma.

Ttoen ik 11 was, zag ik de eerste Duitse vliegtuigen. Daarvoor werd er omgeroepen dat iedereen papier op de ramen moest doen, om het gevaar te voorkomen dat het glas overal heen sprong als er een bom neerviel. Ik merkte wel dat er paniek was. Ik wist wat er aan de hand was omdat mijn ouders er mee bezig waren en het mij en mijn broertje vertelde. Ik heb wel wat ingrijpende dingen meegemaakt, maar geen gevechten. De buurman werd opgepakt, omdat hij in het verzet werkte. En ik heb wel eens meegemaakt dat je fiets gewoon werd afgepakt door de Duitse soldaten. Maar ik heb mijn fiets nooit aan hen gegeven. Ik heb gewoon gezegd: “nee, die krijg je niet”.

Omdat de kinderen en jongeren in die tijd hoop wilden houden dat de oorlog snel over ging, droegen ze een lucifer op hun shirt gespeld met de kop naar boven. Dat betekende dus ‘kop op’. De kinderen van de jeugdstorm trokken die er wel eens af als ik met mijn vriendinnen door de stad liep. Ik heb nooit tulpenbollen gegeten omdat mijn ouders een kruidenierswinkel hadden. We konden ook vaak eten ruilen met andere mensen die een winkel hadden. Soms ging mijn moeder met een paar vrouwen naar Spakenburg op de fiets om vis en groente te halen. Maar omdat er wel soldaten stonden onderweg die controleerden wat je mee nam, deden ze het onder hun rokken.

Ik zag wel dat de Joden uit hun huizen werden gehaald met wat geweld. En dus ook andere mensen die bijvoorbeeld in het verzet werkten of niet mee wilden werken met de nazi’s. Mijn moeder werkte ook in het verzet en maakte krantjes voor de buurt. En mijn vader moest eigenlijk ook ergens anders werken maar die verstopte zich achter de toonbank van de winkel, zodat de soldaten hem niet konden vinden.

Er waren nog steeds wel gewoon vrolijke momenten. Want je moest toch doorleven. Ik woonde destijds in Hilversum, en daar gebeurde er niet zoveel als echt in de grote steden. Ik speelde nog gewoon met mijn vriendinnen. Ik was echt heel erg blij toen ik Canadese soldaten zag. Ik heb ook gezien dat de Duitsers aftraden. De bevrijders en de mensen dansten allemaal op straat en er was een heel groot feest. De Duitsers haat ik niet hoor. Er waren ook hele aardige Duitse soldaten als politieagenten. Heel van die Duitse soldaten werden ook tegen hun wil naar Nederland gestuurd Ik denk dat mensen van de oorlog kunnen leren, dat mensen verdraagzamer moeten worden. En dat je het over voor elkaar moet hebben. Oorlog gaat voor een groot deel wel om de macht. En de leiders van de wereld moeten er dus voor zorgen dat het niet meer zo snel gebeurt.  Dat iemand zo aan snel aan de macht kan komen.

Meer nieuws uit Regio

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.