Gooise bubbel

Joyce van der Meijden

Ik ben op een feest waarvan ik niet wist dat het een feest was. Er heerst opwinding tussen de honderden opvallend wakkere en zeer opgewonden volwassenen.

Ze staan met getrokken telefoons en spiegelreflexcamera’s te turen naar een sportveld. Op het kunstgras krioelt het van de kleine ariërs. Allemaal blonde staartjes verkleed als professionele hockeydames, met nog ongeschonden sticks. Alsof ze hele pakken bubblegum vermorzelen kauwen ze fanatiek op de blauwe, groene en roze bitjes die hun lieve mondjes ontsieren. Het is zondagochtend, negen uur. Voorheen een toptijd om de binnenkant van mijn oogleden nader te onderzoeken.

We aanschouwen de allereerste hockeyles van ons zesjarige grut. Er worden kunstgrassprieten geteld en radslagen gemaakt. Tussendoor oefenen onze oogappeltjes allemaal slagbewegingen en af en toe knallen ze massaal met hun werktuig op de kleine bal. Ik hoor opgewonden oeh’s en ah’s. Boeiende conversaties vliegen langs mijn oorschelp. Van ’je kunt wel zien dat ze heeft geoefend, we hebben niet voor niets een kunstgrashockeyveldje in de voortuin,’ tot, ’het is niet goedkoop maar ze is zo blij dat haar hockeytas matcht met haar stick.’ Dat klopt, ik ben de eerste keer de hockeyshop weer uitgerend van schrik.

Onze dochter zeurt, haar stick glom al niet meer toen haar zus deze van haar nichtje kreeg. Bovendien past het slagwerktuig niet in haar roze bloemetjestas. De brief aan de sint is in de maak.

Mijn man zeurt ook, over mij, ik moet niet zo piepen. Sta ik eens tussen enthousiaste ouders, is het weer niet goed. Hier zijn niet van die zuurpruimen zoals bij de zwemles. Als je niet klaagt over de chloordichtheid van het water of de juf die nooit kijkt als jouw kind de hoekduik maakt, dan zit je al gauw alleen. Langs de hockeylijn lijkt iedereen louter positief, blijkbaar is de vreugde om te zijn toegelaten tot dit witte walhalla groter dan de slaap. Mijn gegaap wordt professioneel genegeerd. Hier is geen kind uit de auto gezet. Geen eenzame au pair aan de kant, zoals in de gymzaal. Hele gezinnen sluiten aan, er worden nog net geen picknickkleden uitgerold. Maar dat deert mijn oplettende voetbalman niet, hij heeft nog niemand zien matten en dan is de sfeer al snel helemaal goed. Bovendien wordt hier niet geschreeuwd langs de lijn. Nergens hoor je ’ken je niet uit je doppen kijken’ of ’schop ze onder het gras’.

Goed, we zitten in een soort sprookjesland, onze eigen gezellige Gooise bubbel. Dat roept om verplicht tegengewicht. Supporteren bij de uitwedstrijden van haar voetbalbroer. Niet Huizen of Blaricum, maar Almere en Amsterdam. Kan ze haar hockeyvriendinnen meteen wat nieuwe uitdrukkingen bijbrengen.

Meer nieuws uit Gooi en Eemland

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.