Gevecht om goede atleten is tegenwoordig moordend

De Keniaan Hillary Kiptoo Maiyo won de City Run vorig jaar.

Nico Vink
Hilversum

De veertiende Hilversum City Run zorgt dit weekend weer voor een hoop drukte in het dorp. In het hart van Hilversum wordt zaterdagavond de Ladies Run gehouden. Zondag is het de beurt aan de kinderen, de prestatielopers, de bedrijven en natuurlijk de topatleten, die in een wedstrijd over tien kilometer om de hoogste eer strijden.

Stichting Atletiekevenementen Hilversum, die in samenwerking met de Gooise Atletiek Club (GAC) de Hilversum City Run organiseert, wil dolgraag nog sterkere atleten aan de start zien te krijgen. Maar de concurrentie tussen de diverse wedstrijden is moordend geworden.

Met veertig hardloopwedstrijden alleen al dit weekend door heel Nederland en een week voor de Rotterdam Marathon moet je tegenwoordig diep in de buidel tasten om topatleten aan het vertrek te krijgen. Atleten zijn geen wielrenners, die twee wedstrijden in een weekend rijden. Ze stippelen hun wedstrijden uit aan de hand van hun trainingsschema’s.

Racedirector Louran van Keulen: „Er gaat zondag een kleine Afrikaanse trein pijlsnel door hartje Hilversum denderen. En daarachter een stel goede Nederlanders. Die zijn er niet in overvloed, subtoppers wel. De City Run heeft gewoon een rotdatum op de atletiekkalender, maar we zullen het ermee moeten doen. Het is prachtig hoor, hoe deze Afrikaanse jongens lopen, maar ik zou graag meer lopers hebben die een tijd rond de 30 minuten kunnen scoren op de tien kilometer.”

Van Keulen is in zijn nopjes met de komst van de beste Nederlander van 2016, Mike Teekens, marathonkampioen Bart van Nunen en de Utrechtse topatlete Marijke de Visser, die het nationale crosscircuit won.

Top-Afrikanen, Van Keulen wil ze graag hebben. „Maar wij betalen geen vastgestelde vergoedingen. Ze moeten er voor lopen. Anders stoppen er hier zondag twee bussen vol Afrikanen, die ik allemaal aangeboden krijg door hun managers. De prioriteit van de City Run is om, naast de nationale top, ook alle goede atleten uit de regio aan de start te krijgen. Dat is gelukt.”

De 48-jarige Van Keulen, zelf ooit een verdienstelijk 1500-meterloper, merkt dat er niet veel runners meer zijn die onder de 30 minuten lopen. „De atletiekunie heeft dit ook in de gaten en verruimt de limieten voor grote toernooien. Neem de marathon: dertig jaar geleden liep tachtig procent onder de vier uur, nu tachtig procent bóven de vier uur, dat zegt genoeg.”

Meer nieuws uit Sport Regionaal