In de ban van het winnaarsgevoel

Susanne van Velzen

Terwijl ik een paar ansichtkaarten en postzegels afreken bij de Ako valt mijn oog op de display van de Staatsloterij. Ik blijf er gebiologeerd naar kijken.

Ik weet meteen hoe laat het is. Geen houden meer aan. ’Doe ook maar een staatslot’, hoor ik mezelf zeggen. Ongeveer eens per jaar overvalt me het gevoel dat ik ga winnen. Ik weet het gewoon zeker. Dat gevoel heb ik opvallend vaak na de zomervakantie als het behoorlijk eb is op mijn bankrekening.

’Voorkeur voor een eindcijfer?’, vraagt de verkoper.

Nee hoor. Ik win toch wel, schiet door mijn hoofd. Het lotnummer bekijk ik niet. Dat hoort bij het jaarlijkse ritueel. Ik moet er niet teveel aandacht aan besteden dan komt die prijs vanzelf. Het hoeft niet per se de Jackpot te zijn. Liever niet zelfs. Wat moet ik met 12,4 miljoen? Veel geld maakt niet gelukkig. Ik denk meer aan een tonnetje ofzo.

Een nieuwe auto, duiken in het Caribisch gebied. En dan weer over tot de orde van de dag. Het winnaarsgevoel geeft me vleugels. Met het lot veilig in mijn lege portemonnee vlieg ik op de fiets naar huis. Daar vind ik een langwerpige doos van de Postcode Loterij op de deurmat. ’Gefeliciteerd mevrouw Van Velzen. U heeft de Stroopwafelprijs gewonnen’.

Zes stuks tel ik. Met roomboter bereid. ’Misschien is deze prijs wel het begin van groter geluk’, lees ik in de begeleidende brief. Zeker weten.

Meer nieuws uit Gooi en Eemland

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.