Serie Gedreven: Bio-slager met een missie

Marion van Vught heeft in het Pinetum een Chinese watercipres geadopteerd. ,,Als je er tegenaan staat, lijkt het net of hij zijn takken om je heen slaat.”© foto studio kastermans/leon dakkus

Miriam Vijge
Hilversum

Ze is ondernemer, geen slager. Toch is Marion van Vught bekend als de bio-slager van Hilversum. Al 28 jaar is de zaak - ook de biologische - een rode draad in haar leven. Die zette ze met hart en ziel voort, ondanks groot persoonlijk verlies. Of zoals zij benadrukt: „Dankzij de warmte, steun en het vertrouwen van mensen om me heen.”

Automatische schuifdeuren, barbecues buiten en onder de groene luifels houten banken met een tafel vol biologisch leesvoer. Ze nodigen uit om de Biologische Slagerij binnen te stappen. Marion van Vught (50) heeft namelijk een missie: mensen bereiken met het mooiste ambachtelijk vlees én met het biologische verhaal. „Want dat is letterlijk onze toekomst en gaat verder dan het dier of het vlees alleen”, vertelt ze serieus en bevlogen. „Het draait om ons welbevinden, om respect voor mens, dier en omgeving; vanaf het zaaien van het veevoer tot aan de producten in de winkel waarmee je je lichaam voedt.”

„28 jaar al”, peinst ze. „Dat had ik nooit zo bedacht en gedacht. Maar ik werd verliefd op de slager”, gaat ze terug naar toen ze vijftien was. Wim van Schaik, vijfde generatie uit een slagersgeslacht, uit Utrecht had niet echt een keus. Maar als ambulante slager hervond hij de liefde voor zijn vak bij de Groene Weg-slagerij. „Zijn vader, ook slager, was net als iedereen sceptisch over biologisch. Niet-gangbaar was echt ’anders’; idealistisch. Met Wim bezocht ik ook biologische boeren; we raakten allebei enthousiast en besloten een franchisewinkel te beginnen. In Hilversum.”

Lol

Het jaar dat de winkel opende, verruilde de 21-jarige Van Vught haar studie biologie voor de avondschool heao commercieel. „Die heb ik met veel plezier afgemaakt. Docenten geven er les voor de lol; ze zijn vaak zelf ondernemer of komen uit het bedrijfsleven. Mijn vader hamerde altijd op scholing. Zelf had hij alleen basisschool.” Haar ouders waren destijds uit een Brabantse boerenomgeving naar Utrecht verhuisd, waar haar vader bij de Spoorwegen werkte.

Marion is de jongste van drie meiden. Ze groeide min of meer als enig kind op. Haar elf en zeven jaar oudere zussen waren al jong uit huis. „Thuis werd altijd veel gepraat. Alles was mogelijk en overal was een oplossing voor. Mijn vader las veel, mediteerde en was altijd met nieuwe dingen bezig. Hij was fan van Chriet Titulaer. Omdat hij in ploegendienst werkte, was hij relatief vaak ook overdag thuis en maakte ik hem dus veel mee.” Zijn persoonlijke afscheid en overlijden maakte diepe indruk en versterkte de band tussen de zussen.

Haar schoonvader overleefde een ernstig ongeluk en lag een dag in coma met een schedelbasisfractuur. Achteraf gezien, schoot Wim toen voor het eerst in een depressie. „Ik weet nog hoe paniekerig en bang hij was, toen we in de garage onder de winkel stonden voor de opening. 12 januari 1989. Ik moest hem er echt doorheen slepen. Ik voelde zelf juist de energie en het vertrouwen van de mensen in de winkel. En dat plezier ervaar ik nog steeds. Elke dag.”

Uniek

De slagerij zat in bij de natuurvoedingswinkel, die nu schuin aan de overkant zit. „Destijds was die combinatie in onze omvang uniek”, vertelt pionier Van Vught. „Vooral uit Duitsland kwamen bussen vol ondernemers kijken.” Maar het assortiment was nog beperkt en de drempel hoog. „We hadden vaak ook iets niet, omdat het biologisch niet verkrijgbaar was, zoals kip. Kalfsvlees was toen ook vloeken in de biologische kerk”, lacht ze.

Van Vught stond die eerste jaren altijd in de survival modus. Als het weer eens slechter ging met Wim, stond zij in de zaak. „Zijn vader en later zijn broer vielen dan in als slager, zodat we konden doordraaien. ’t Was opbouwen en afbouwen”, vat ze die eerste jaren samen. Toen er een stabiele periode voor Wim en daarmee de zaak aanbrak, besloot Van Vught elders te gaan werken. „Zoals ooit de bedoeling was. Mijn baan bij een verzekeraar bracht ook meer financiële zekerheid. De administratie van de slagerij zou ik erbij blijven doen.”

Twee jonge kinderen, haar werk en hun zaak waren steeds lastiger te combineren. Ze ging weer in de winkel werken; dichtbij huis. Toen verloor Van Vught haar moeder. „Een burn-out in combinatie met antidepressiva en de ellende van de mensen om haar heen met wie ze opgenomen was, werd haar in 2001 fataal”, diagnosticeert Van Vught. Ze pleegde zelfmoord. Van Vught, hoogzwanger van de derde, sloot zich af voor het verdriet, de vragen en het verlies. „Ik richtte me volledig op de baby.”

Boos

Ze weet nog goed hoe boos Wim was over wat haar moeder had gedaan. Hij had zelf zijn depressies overwonnen. „Dacht ik”, zegt Van Vught droog. „Anders was ik nooit aan kinderen begonnen.” Jaren later werd zij pas boos op wat haar moeder gedaan had. „Ik ben toen ook veel over depressie, behandeling, medicatie en zelfmoord gaan lezen: ik worstelde met wat mijn aandeel was. Maar daar is een ander niet verantwoordelijk voor.” Dat inzicht zou later nog waardevoller blijken.

In 2004 verbouwden ze de winkel tot wat deze nu op het oog is: 150 vierkante meter; half winkel, half voor de ambachtelijke productie. Een jaar later gingen ze zelfstandig als De Biologische Slagerij verder, nadat de franchiseformule was overgenomen door ’een vleesgigant’. Maar in aanloop naar die verbouwing en met het overlijden van zijn vader kwamen bij Wim de depressies in alle hevigheid terug. Na een mislukte zelfmoordpoging en een altijd maar wakende Van Vught, maakte hij in 2009 toch een einde aan zijn lijden en leven.

„Stoppen met de zaak voelde meteen slecht”, weet Van Vught nog van alle emoties. „Ook het team voedde zich uit de winkel. Mijn zussen hebben me toen de moed gegeven om door te zetten. Zij rekenden voor dat ik tijdens Wims depressies al drie jaar in totaal de winkel feitelijk alleen draaide. Ik moest alleen wel een slager vinden.” Dat werd Margreet, en later ook John. Beiden hanteren ook vandaag het slagersmes aan de Bussumerstraat.

„Ambachtelijke slagers die meer kunnen dan lapjes vlees snijden”, zegt Van Vught trots. Ze koopt nu ook vaker hele dieren rechtstreeks van de boer, zoals de befaamde Jersey-koeien. „Samen met Mary, die heel goed is in de worstmakerij, konden we als De Biologische Slagerij door. Als signaal heb ik toen nieuwe snijmachines besteld en de kantine knalroze geverfd; ook om duidelijk te maken dat het niet meer hetzelfde zou zijn. Klanten heb ik met een brief geïnformeerd. Alleen de dag van de begrafenis zijn we dicht geweest.”

Vandaag telt het team 23 medewerkers. Het assortiment is flink uitgebreid met belegde broodjes, parelgerstschotels en zelfgemaakte barbecuesaus. „De trend is beter en minder vlees. Misschien worden we wel een soort biologische eitwittenwinkel”, mijmert de ondernemer, „met vis en zelfgemaakte vegetarisch producten.” Haar kinderen helpen op zaterdag mee; de twee oudsten in de winkel, de jongste als afwasser. „Vooral dat ondernemende spreekt ze aan”, weet Van Vught. „Ik viel erin; zij krijgen het echt mee. Net als het biologische trouwens.”

Onterecht

„Vroeger werden we als biologische slagerij uitgelachen; nu worden we gekopieerd”, schetst ze de marktontwikkeling. „De eerste klanten kwamen voor bio, nu komen ze ook vanwege diervriendelijkheid, de kwaliteit of hun eigen gezondheid. Inmiddels is onze hele keten sluitend, zelfs het gerookte paprikapoeder. 95 procent moet biologisch zijn. Bij ons is dat 97 à 98 procent. Bio-zout bijvoorbeeld bestaat niet. Zoveel wordt onterecht biologisch genoemd”, legt ze uit. „Laten zien wat biologisch is, waar iets vandaan komt en transparant zijn; dat bepaalt onze toekomst.” Bio-producten zijn verpakt herkenbaar aan het keurmerk van dat groene blaadje van witte sterretjes, of te koop bij gecertificeerde bio-ondernemers zoals de slagerij van Van Vught.

Ze wil graag meer de boer op, ook online, en met mensen in gesprek over het biologische verhaal. „Laten proeven werkt ook goed. Dat doen we in de winkel, maar ook steeds vaker via catering en barbecueworkshops.” Ze werkt daarbij steeds meer samen met veehouders en ook het Pinetum in Hilversum. „Daar heb ik trouwens een Chinese watercipres geadopteerd. Die verweerde, getekende stam heeft ook wat meegemaakt”, knipoogt ze veelbetekend. „Als je er tegenaan staat, lijkt het net of hij zijn takken om je heen slaat.”

Gevecht

Veiligheid en vertrouwen zijn belangrijke thema’s in huize Van Vught. „Het was een gevecht om dat huis na Wims zelfmoord weer van ons te maken.” Ze sliepen een poos met z’n vieren en haalden een grote herdershond in huis; Gijs. „Zoveel mensen omringden ons met hun warmte, steun en praktische hulp. Het helen en vertrouwen ging langzaam. Die vier jaar met z’n vieren hebben onze band verstrekt. De kinderen vangen elkaar ook op. Alleen, tegen wie moet je je afzetten als je als puber nog maar een ouder hebt?” Dan barst ze in schaterlachen uit: „Gelukkig is Richard er nu.”

Drie jaar is ze met hem samen. „Hij is het tegenovergestelde van Wim. Richard was al compleet en heeft niemand nodig. Hij steunt en adviseert me, maar duwt ook terug en laat me op eigen benen staan.” Het 25-jarig jubileum van de biologische zaak heeft ze bewust groot gevierd. „Het is zoveel meer dan Wims nalatenschap. Dat wil ik de kinderen ook meegeven: Leef en beslis vanuit je gevoel! Doe iets wat je heel graag doet, waar je energie van krijgt en dan vind je altijd wel je weg.”

Zelfmoord? Praat erover.

Bel 0900 0113 of chat via www.113.nl

Meer nieuws uit Gooi en Eemland

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.