1 op 8 in Hilversum bungelt onderaan

Ronald Frisart
Hilversum

Hoezo rijk in het Gooi? Onderzoek van het Groningse bureau KWIZ naar de Hilversumse minima levert een heel ander beeld op. Wethouder Arjo Klamer (sociale zaken, SP) zoekt wegen om het voor deze mensen wat draaglijker te maken.

Maandag berichtte deze krant dat het onderzoek dat KWIZ deed in Klamers opdracht uitwijst dat alle minima er door gemeentelijke ruggesteuntjes op vooruit gaan, maar dat ze in veel gevallen nog steeds geld te kort komen.

Sommigen zullen daardoor wegzinken in schulden, anderen zullen ervoor kiezen dat te vermijden, maar dan is het gevolg dat ze een deel van de noodzakelijkste dingen niet kunnen kopen. Daarbij moeten we inderdaad denken aan het heel basale.

Zo vallen kosten voor een huisdier of rookwaar daarbuiten. Dat trekt het beeld wat scheef, want zoals bekend zijn er onder mensen met een (heel) laag inkomen meer rokers dan onder hogere inkomensgroepen.

Te zonnig

Nog wat schever wordt het beeld doordat de onderzoekers er vanuit zijn gegaan dan de Hilversumse minima alle bestaande steunmaatregelen kennen en aanboren. Dat de gemeente vorig jaar geld overhield op het minimabeleid duidt erop dat die aanname te zonnig is. De werkelijkheid is dus nog somberder dan uit het KWIZ-rapport toch al blijkt.

Van de ruim 41.000 Hilversumse huishoudens leven er (stand 2014) zo’n 3600 op het sociaal minimum – 8,8 procent ofwel ruim 1 op de 11. Rekken we het iets op tot 110 procent van het sociaal minimum (de grens voor lokale steunmaatregelen) dan gaat het om 4400 huishoudens (10,7 procent van het totaal).

Elastiek

Laten we het elastiek nog wat meer spannen: tot 130 procent van het minimum – nog steeds geen vetpot. Dan hebben we het over 13,4 procent van de Hilversumse huishoudens ofwel dik 1 op de 8. Hoezo rijk in het Gooi?

Gezien die cijfers wil Klamer na het zomerreces met de gemeenteraad praten over mogelijkheden om mensen op of iets boven het minimum steviger te steunen. Een mogelijkheid die hij zelf noemt, is het verhogen van de inkomensgrenzen waarbinnen mensen steun kunnen krijgen.

Prijskaartje

Daaraan hangt wel een prijskaartje. De Hilversumse armoedemaatregelen samen kostten vorig jaar 880.000 euro – voor mensen dus tot 110 procent van het minimum. Verschuiven van die grens tot 120 procent van het minimum brengt meer mensen in beeld en kost jaarlijks 123 mille extra.

Ander voorbeeld: aan bijzondere bijstand (voor plots optredende noodzakelijke uitgaven – denk aan een bezweken wasmachine) gaf Hilversum vorig jaar 630.000 euro uit Schuift de inkomensgrens voor bijzondere bijstand van 110 naar 130 procent van het minimum dan kost dat jaarlijks 160 mille extra.

Andere dingen waaraan Klamer zelf denkt, zijn bijvoorbeeld beter proberen te voorkomen dat er betalingsachterstanden ontstaan, slimme ideetjes realiseren als een stadspas (die kortingen geeft) of gewoon ‘doen wat nodig is’ dat wil zeggen individueel maatwerk bieden. Van de raadsfracties hoort hij graag in een commissievergadering op 2 september welke goede ideeën zij hebben – waarbij het in beginsel natuurlijk ook kan zijn dat er politieke formaties zijn die zeggen: tuttut, hoho, het is zo al duur genoeg.

Meer nieuws uit Gooi en Eemland

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.