Halve eeuw vol gas voor de muziek, biografie Dick Bakker op komst

Bakker dirigeert het Metropole Orkest in het Amsterdamse Concertgebouw, 1993.© Foto Frans Schellekens

Ronald Frisart
Hilversum

Zeg Dolf van der Linden en alle Nederlanders die ouder zijn dan pakweg 60 jaar weten dat de oprichter van het Metropole Orkest wordt bedoeld. Zeg Rogier van Otterloo en bij nog veel meer mensen gaat een lampje branden. Maar zeg Dick Bakker en velen zullen je glazig aanstaren. Logisch, want Bakker opereerde een halve eeuw vrijwel altijd achter de schermen. Maar voor de Nederlandse muzieksector was hij al die tijd van groot belang.

Een paar voorbeelden. Wie zat aan het roer bij het opnemen van de hit ’Paloma Blanca’ van de George Baker Selection? Dick Bakker. Wie verzorgde de opname van Shocking Blue’s wereldhit ’Venus’? Dick Bakker. Wie schreef en arrangeerde voor Teach-In het nummer ’Ding-a-Dong’ waarmee Nederland in 1975 (voorlopig voor het laatst) het Eurovisie Songfestival won? Dick Bakker. En wie behoedde begin jaren negentig het Metropole Orkest voor de ondergang? Dick Bakker.

Onderhoudend

Dat en nog veel meer heeft Bas Tukker opgetekend in een onderhoudende levensbeschrijving van de componist/arrangeur/dirigent: ’Dick Bakker, Achter de schermen van de muziek’. Het is alweer het vijfde boek dat het Metropole Orkest uitgeeft over de eigen geschiedenis. Tukker tekende in 2015 ook al voor het eerste boek, de biografie van Dolf van der Linden.

De auteur baseert zich vooral op interviews met Bakker zelf en 31 anderen. Archiefonderzoek is kennelijk niet gedaan. ,,Dit boek is nadrukkelijk niet bedoeld als objectieve geschiedschrijving’’, aldus Tukker. ,,Oral history dus, waarbij de anekdote ruim baan krijgt.’’ Hij heeft met Bakker veel overlegd en noemt zijn pennevrucht dan ook ’een volledig geautoriseerde biografie’. Pas tegen het einde wordt dat wat storend als steeds meer andere bronnen achterwege blijven en eigenlijk alleen Bakker zelf nog aan het woord komt. Daar staat tegenover dat de vele anekdotes beslissend bijdragen aan de levendigheid van het verhaal.

Blaricum

Dick Bakker wordt op 23 mei 1947 geboren in Blaricum. Hij is het nakomertje in het ondernemersgezin dat dan villa Solsana bewoont. Vader Arthur is in Weesp directeur van margarinefabriek De Valk en zeepfabriek Weesp. Blaricum was destijds een ander dorp dan nu. Er was wel een villawijk, maar verder was het nog voornamelijk een boerendorp. Bakkers jeugdvriend Eddy Albers: ,,In de loop der jaren is het een enclave van bekende Nederlanders en nouveau riche geworden en daar zitten behoorlijk wat proleten tussen. Die mooie mix van vroeger is helemaal weg.’’

The Beatles

Vanaf zijn vijfde krijgt Dick pianoles van een privédocente. Later bezoekt hij het Hilversums Muzieklyceum (conservatorium). Klassieke muziek boeit hem echter maar matig, het lichte genre des te meer. Geen wonder dat hij al als middelbare scholier (Gooise HBS in Bussum) in bandjes speelt met zijn door zijn vader gesponsorde elektrische Neonvox-orgeltje. Met The Fancy Five staat de dan 17-jarige Dick in 1964 zelfs in het voorprogramma van The Beatles in het West-Friese Blokker. Datzelfde jaar maken ze in de Phonogram-studio in de Hilversumse Honingstraat het plaatje ’Timbuktu’. Tekst: ‘Oeh, ah, Timbuktu’. ,,Niet om aan te horen’’, oordeelt Bakker nu. Maar zijn eerste verblijf in een platenstudio opent hem wel de ogen. ,,Ik realiseerde me dat je als producer of technicus achter de schermen ook je geld kon verdienen.’’

Soundpush-studio

Een jaar later stopt hij met school en conservatorium. Hij wil opnametechnicus worden. Op originele wijze praat hij zichzelf in 1966 naar binnen bij de nog jonge Soundpush-studio aan de Blaricumse Huizerweg, zij het aanvankelijk als volontair, dus onbetaald. Wat hem onderscheidt van de meeste andere opnametechnici van dat moment, die vooral goed zijn ‘met de soldeerbout’: hij heeft verstand van muziek. Toenmalig Soundpush-directeur Frans Mijts: ,,Wanneer wij klanten over de vloer kregen uit de popmuziek sprak Dick hun taal.’’

In ijltempo ontwikkelt hij zich tot een van de meest gevraagde studiotechnici en arrangeurs, ook voor orkestopnames en tv-shows. Zijn deskundigheid wordt ingezet voor onder meer Tee Set, de George Baker Selection, Shocking Blue, The Outsiders, Ben Webster, Rudi Carrell, Johnny en Rijk, de Mounties, Liesbeth List en Wim Sonneveld. Zelfs dirigeren doet hij in die tijd al. Daar staat het piepjonge ventje dan, voor doorknede violisten van het Metropole Orkest als Sem Nijveen en Benny Behr.

Na zes jaar is het tijd voor een volgende stap. Hij gaat in op het aanbod van platenfirma Dureco om in Weesp een hypermoderne studio op te zetten. Ook de zakelijke leiding wordt hem toevertrouwd. Hij werkt er met mensen als Rogier van Otterloo, Chris Hinze, Jules de Korte, Thijs van Leer, Toots Thielemans en Pim Jacobs. Ook George Baker en Shocking Blue is hij er weer van dienst.

Hoogtepunt

Een spetterend hoogtepunt in zijn Dureco-tijd is het Eurovisie Songfestival van 1975. In Oslo wordt de Nederlandse groep Teach-In eerste met het door Bakker geschreven en gearrangeerde ’Ding-a-dong’.

Vanaf 1979 wordt Bakkers rol bij ’hitfabriek Dureco’ steeds kleiner, al blijft hij er tot 1986 directeur. Hij verlegt zijn aandacht naar muziek voor radio- en tv-reclame en voor bedrijfsfilms. Daaraan zal hij zo’n vijftien jaar een goede boterham verdienen. Vrijwel alle opnames maakt hij met Britse top-muzikanten in Londen.

Willem-Alexander

Bijzonder is de vriendschap die in die jaren ontstaat met Freddy Heineken. De biermagnaat wil graag een plaat maken met voor een deel door hemzelf geschreven nummers. Op een dag gaat bij Bakker de telefoon. Heineken aan de lijn. ,,Moet je luisteren, Dick. Willem-Alexander wil een feest geven en dat moet bij jou thuis. Dat is handig, want hij moet met zijn studentenclub ook een nummer opnemen. Hij belt je nog wel.’’ Het werd, vertelt Bakker, na de opname van het liedje ’een gezellige avond’ aan de Blaricumse Bierweg. Eind jaren tachtig maakt ook Willem-Alexanders oom Pieter van Vollenhoven met zijn Geveugelde Vrienden Louis van Dijk en Pim Jacobs dankbaar gebruik van Bakkers expertise.

Metropole Orkest

Een bijzondere wending neemt zijn loopbaan als Bakker in 1991 wordt benaderd om artistiek leider te worden van het Metropole Orkest. Chef-dirigent Rogier van Otterloo is in 1988 overleden, vervangers nemen sindsdien de honneurs waar. Is dat op zichzelf al ongunstig voor het orkest, omroeppolitieke en financiële ontwikkelingen dreigen het helemaal de das om te doen. Bakker maakt een plan om het orkest uit het slop te halen. Directeur Ben Janssen van het Muziekcentrum van de Omroep (MCO) gaat akkoord. Over de uitvoering zet hij Bakker voor het blok: ,,Als jij het nu niet doet, gaat de stekker eruit.’’

En zo wordt Bakker in 1991 artistiek leider van het orkest en een jaar later chef-dirigent. In 1992 krijgt hij orkestmanager Fred Dekker naast zich. Bakker: ,,We konden erg goed met elkaar overweg.’’ Gelukkig maar, want er is veel te doen. De vele remplaçanten werden vervangen door ruim twintig nieuwe, meest jonge muzikanten in vaste dienst. Er komt een nieuwe orkestruimte in MCO-studio 3, het orkest trekt er steeds vaker op uit om nieuw, jonger publiek te bereiken. Dat leidt onder meer vanaf mei 1993 tot een reeks ’With a little help from my friends’-concerten in Paradiso. Pop, rock, blues, wereldmuziek en hiphop gaat het orkest daarbij niet uit de weg. Bakker: ,,Ineens telde het Metropole Orkest weer mee in de muziekwereld.’’

Theodorakis

Zozeer zelfs dat het North Sea Jazz Festival plaats inruimt voor het orkest. Het speelt er met onder anderen pianist Herbie Hancock. Een doorslaand succes is in 1995 het Theodorakis-concert dat het orkest geeft in Athene. Samenwerking met grote namen als Burt Bacharach, de Supremes, Bonnie Tyler, Andrea Bocelli en Michel Legrand zijn geen uitzondering – naast uiteraard producties met tal van Nederlandse artiesten. Kortom, het orkest leeft en bloeit weer.

Met Bakker zelf gaat het intussen minder. Een al uit zijn jeugd stammend rugprobleem speelt allengs heviger op, waardoor dirigeren steeds lastiger wordt. In 2005 zwaait hij af als chef-dirigent. Vince Mendoza neemt het stokje over.

Nooit echt weg

Echt vertrokken bij het Metropole Orkest is Bakker echter nooit. Vier of vijf keer per jaar blijft hij met het orkest producties ter hand nemen, waarbij hij eigenlijk alles doet wat hij ook deed toen hij er nog in dienst was, op het dirigeren na dan.

Eerder dit jaar werd Bakker 70 en inmiddels vraagt hij zich af hoe lang hij nog productiewerk voor het orkest moet blijven doen. Argumenten om te stoppen: het zijn eervolle maar inspannende klussen, een jongere generatie verdient kansen, en meer tijd om met echtgenote Marjolijn of de kleinkinderen leuke dingen te doen is aantrekkelijk. Bakker: ,,Nooit gedacht dat ik dat ooit nog eens zou zeggen, want mijn werk kwam altijd op de eerste plaats.’’ Meestentijds speelde zich dat af achter de schermen, maar het Bakker-boek werpt er nu het volle licht op.

Bas Tukker: ’Dick Bakker, Achter de schermen van de muziek’. Prijs 20,00 euro. Het boek wordt vrijdag 8 september gepresenteerd na afloop van het Lingehavenconcert dat het Metropole Orkest die avond geeft in Gorinchem. Vanaf 9 september is het boek leverbaar. Bestellen kan nu al via www.mo.nl (klik op ’shop’, daarna op ’boeken’).

Meer nieuws uit Gooi en Eemland

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.