Ab Krook nog vaker dan Mart Smeets bij de Tour

Ab Krook nabij Tignes, in de Tour de France van 2007: ,,Je komt op plaatsen die je anders nooit zou zien.’’

Ab Krook nabij Tignes, in de Tour de France van 2007: ,,Je komt op plaatsen die je anders nooit zou zien.’’© Archieffoto ANP/Rick Nederstigt

Bert-Jan van Oel
Loosdrecht

Het gezicht van de Tour de France in Nederland is nog steeds Mart Smeets, al is hij de laatste jaren niet meer actief als presentator in Frankrijk. Smeets ’deed’ in totaal 42 keer de Ronde van Frankrijk, als verslaggever, beschouwer en anchorman van De Avondetappe. Maar Loosdrechter Ab Krook, die Smeets goed kent, is inmiddels begonnen aan zijn 44ste Tour, samen met zijn echtgenote Ineke.

Donderdag vertrok Krooks kampeerwagen weer in zuidelijke richting. Overigens nadat hij de afgelopen weken al de Ronde van Zwitserland en aansluitend het NK wielrennen in Montferland had bezocht. De 73-jarige Loosdrechter krijgt nooit genoeg van sport en zeker niet van het wielrennen. „Het brengt alles samen: natuur, reizen, topsport en sociale contacten. Je spreekt nooit af, maar ik weet zeker dat ik ook nu weer veel oude bekenden tegen het lijf zal lopen. Liefhebbers, die ook elk jaar naar de Tour komen.”

In ruim vier decennia heeft Krook een groot pakket anekdotes verzameld, verhalen die hij moeiteloos uitstort over degene die het maar horen wil. Over barre nachten in een tentje op een bergtop, over ingesneeuwd raken op de Gavia, over de cola die hij aan de smachtende Gerrie Knetemann kon geven. „Het klopt dat mensen die naar de Tour komen soms teleurgesteld zijn en zeggen: je ziet het peloton aankomen en binnen een paar seconden is het voorbij. Maar je moet een beetje weten waar je gaat staan, ik verken soms ook het parkoers even op de fiets. En als je de Tour vaak bezoekt, maak je vanzelf van alles mee.”

In 1971 ging Krook voor het eerst, met een klein tentje. Er waren slechts twee jaar die hij om uiteenlopende redenen oversloeg. Toen hij zelf eenmaal een hoge positie had bereikt in de schaatssport - onder meer bondscoach - kwam hij ook makkelijker in contact met de renners. Zij kenden hem, hij kende hen en schaatsen en wielrennen hebben raakvlakken. „Ik heb wel eens een mooie plaats gevonden op de cols bij Morzine, omdat ik daar vroeger al kwam met Falko Zandstra en Rintje Ritsma. Dan fietsten we met die schaatsploeg zelf de Joux Plane op, dus die berg kende ik daarna goed, zodat ik precies wist waar ik het mooiste plekkie had.”

Krook maakte ook trainingsschema’s voor de inmiddels bijna vergeten renner Eddy Bouwmans, die in 1992 veertiende werd in de Tour en het jongerenklassement, de witte trui, won. „Ik kom Eddy nog wel eens tegen en dan praten we natuurlijk wat. Dat geldt voor meer renners. Johan van der Velde, die ik heb zien lijden tijdens de Giro d’Italia, spreek ik ook nog regelmatig. Johan bereikte in 1988 als eerste de top van de Gavia, maar had geen warme kleding, terwijl er sneeuw lag. Hij eindigde volkomen verkleumd als laatste in die helse etappe. Ik herinner me dat nog goed, want mijn vrouw en ik waren de dag ervoor op de top van de Gavia in de auto gaan slapen en toen we de volgende dag wakker werden, zaten we ingesneeuwd. De motor van mijn Golf-diesel wilde niet eens meer starten, zo koud was het.”

Waarom hij blijft gaan, jaar na jaar na jaar? „Het is fascinerende sport, dat staat voor mij bovenaan. Verder vind ik het mooi om de laatste ontwikkelingen op technisch gebied te volgen. Dat je zo’n vrachtwagen open ziet gaan en daar zo’n set gloednieuwe fietsen uitkomt. Veder houd ik van de natuur en het landschap, je komt dankzij het wielrennen op plekken waar je anders nooit naartoe zou zijn gegaan. En je leert veel mensen kennen. Voor mijn vrouw Ineke ligt de volgorde wat anders, die vindt vooral het sociale aspect heel leuk. Maar we genieten er sámen van. Ik hoef haar nooit mee te slepen, dat zou ook niet werken, hoor.”

Laatste anekdote dan toch maar. Met een beetje schaamte, zegt hij zelf. „Ik deel vaak gesloten blikjes of flesjes fris aan de renners uit, dan weten ze dat het veilig is, dat er niet mee geknoeid is. Op een dag kwam Gerrie Knetemann in een loodzware bergetappe in de achterste groep naar boven, helemaal stuk. ’Ab, cola, alsjeblief’, riep hij. Die had ik al in mijn hand, maar vlak voor Gerrie zat een Colombiaantje, ook totaal kapot. Die dacht dat de cola voor hem was en greep ernaar. Ik tilde mijn arm op, zodat hij mistastte en gaf het blikje aan Gerrie. Achteraf vond ik dat wel heel lullig van mezelf.”

Meer nieuws uit Sport Regionaal