Wat gek: heikneuters naar de Oost

Ronald Frisart
Hilversum

Met de wereldzeeën heeft Hilversum, eeuwenlang een bescheiden dorp op de Gooise zandgrond, nooit iets van doen gehad. Des te opvallender is het dat in de zeventiende en achttiende eeuw 275 Hilversumse ’heikneuters’ dienst namen bij de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC) om scheep te gaan naar de Oost.

Dat blijkt uit een uitgebreid artikel in het vorige week verschenen nummer van Eigen Perk, tijdschrift van de Hilversumse Historische Kring ’Albertus Perk’.

De eerste Hilversummer meldde zich in 1681 bij de Amsterdamse VOC-kamer, de laatste twintig traden in de jaren 1790-1794 in VOC-dienst, zo hebben naspeuringen van auteur Ineke de Ronde aan het licht gebracht. Ze stuitte ook op VOC-schepelingen uit Weesp, Loosdrecht, Kortenhoef en ’s-Graveland, maar naar hen heeft ze geen verder onderzoek gedaan.

Rangen

De meeste Hilversummers dienden de compagnie als soldaat of matroos, maar enkelen brachten het tot aanzienlijker rangen. De Ronde vond één onderbarbier (als assistent van de chirurgijn belast met medische zorg), één konstabel (aan boord verantwoordelijk voor de wapens), één korpraal en één kwartiermeester (die groepen manschappen aanstuurde).

De lotgevallen van het Hilversumse VOC-personeel varieerden sterk. Zo viel Johannes Listig in 1734 al een dag nadat zijn schip was uitgevaren overboord en verdronk. Anderen bezweken aan scheurbuik nog voor hun schip ankerde bij het tussenstation bij Kaap de Goede Hoop. De meesten echter kwamen toch aan in Azië (soms Colombo op Ceylon, meestal Batavia op Java).

Ook dan waren ze hun leven niet zeker, want in en rond Batavia woedde malaria. Van de 210 Hilversummers die daar voet aan wal zetten, bezweken er 61 binnen een jaar aan deze ziekte.

Anderzijds hield Adam van Rhijn het 22 jaar uit op het Molukse sultanseiland Ternate. Geen enkele Hilversumse VOC-employee verbleef zo lang in Azië als Evert Jansse van Roode. Eerst woonde hij zeventien jaar in Makassar ( Celebes), vervolgens tot zijn dood nog elf jaar in Semarang, handelscentrum aan Java’s noordkust.

Opnieuw op reis

De meeste Hilversummers die bij de VOC aanmonsterden, zagen het Gooi nooit terug. Van degenen die dat geluk wel hadden, namen er zeventien nogmaals dienst. Vijf van hen overleefden opnieuw en keerden in Hilversum terug. Van die handvol kozen er drie voor de derde keer het ruime sop: Gijsbert Hoogenbirk, Arie Mets en Cornelisz Jansz Perk. Alle drie bliezen in de Oost hun laatste adem uit.

In haar bijdrage aan Eigen Perk schetst De Ronde dat behalve de lotgevallen ook de verdiensten van de Hilversumse VOC’ers enorm verschilden. Van sommigen heeft ze boeiende mini-geschiedenisjes kunnen achterhalen.

Motieven

De vraag wat precies de motieven van die 275 Hilversummers waren om zich in een ongewis avontuur te storten kan De Ronde niet beantwoorden. Er is daarvoor te weinig feitenmateriaal. Armoe en zucht naar avontuur waren vermoedelijk de sterkste drijfveren.

Hilversums Historisch Tijdschrift Eigen Perk 2015/1. Prijs los nummer €4,50.

Meer nieuws uit Gooi en Eemland

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.