Hart verloren aan het vmbo

Lisette van den Beld, leerlingbegeleider op College De Brink in Laren.

Lisette van den Beld, leerlingbegeleider op College De Brink in Laren.© Foto STUDIO KASTERMANS/leon dakkus

Marjolein Vos
Laren

Lisette van den Beld is leerlingbegeleider op College De Brink in Laren. Ze werkt al jaren het liefst met kinderen die net iets meer begeleiding en aandacht nodig hebben. Landelijke bekendheid kreeg ze toen ze onlangs een kritische, open brief schreef aan het Jeugdjournaal. Ze roept de partijen in de Tweede Kamer op om de knelpunten in het vmbo onder ogen te zien, en op te lossen.

,,Even kijken hoor.’’ Lisette van den Beld pakt haar mobiel erbij. ,,Het is gewoon niet bij te houden, joh. Ik heb die brief ruim een maand geleden op Facebook gezet en nog altijd komen er reacties op binnen. De teller staat nu op ruim 14.000. De brief is 77.000 keer geliked en 37.000 keer gedeeld.’’ Indrukwekkende cijfers. ,,Ja. Dat had ik echt niet verwacht’’, lacht Van den Beld in haar kantoor waar het deze donderdagmiddag, net als buiten, snikheet is. Die breed gewaardeerde brief schrijft ze naar aanleiding van een item in het Jeugdjournaal over Cito-uitslagen.

Topprestatie

,,Ik zat er met mijn dochter naar te kijken en dacht: ’Potverdorie! Alweer was er voornamelijk aandacht voor kinderen met de hoogste scores. Dit is precies waar wij hier op school al jaren tegenaan lopen. Weer geen aandacht voor leerlingen met lagere scores. Begrijp me goed, er is niets mis met presteren. Maar een score van 525 of lager kan voor sommige kinderen een topprestatie zijn. Daar moeten mensen zich bewust van zijn. Door de insteek van het Jeugdjournaal, en ook vaak door andere media, voelen veel kinderen zich als dom neergezet, schamen ze zich misschien zelfs voor hun score. Dat vind ik heel erg, want het is zo onterecht. Daarom heb ik die brief geschreven.’’

Het is een brief vol vuur, gedrevenheid en passie voor haar leerlingen. Ze schrijft hoe trots ze op hen is:

’Die leerling die je later mee ziet doen aan een internationale kookwedstrijd, maar bij ons begonnen is. De leerling die een zeer goed meubelmaker wordt, en die bij ons begonnen is. De leerling die nu werkt bij sterrenrestaurant Tante Koosje maar bij ons begonnen is. De leerling die jouw ouders verzorgt in dat verpleeghuis en een troostende arm om je heen legt als je verdriet hebt om een verlies, maar bij ons begonnen is. De VMBO-leerling is zwaar ondergewaardeerd in onze samenleving en wordt maar gepusht om door te stromen naar havo/hbo en zonder het te beseffen werken jullie (lees: redactie Jeugdjournaal, red) daar ook aan mee. Help deze groep leerlingen ook eens door hun prestaties in beeld te brengen! Wat is onze maatschappij zonder vakmensen als bouwvakkers, verzorgenden, monteurs, winkelmedewerkers, tuinmannen??’

Gevoelig

In eerste instantie is Van den Beld een beetje beduusd van alles wat ze in haar spontaniteit en betrokkenheid teweeg heeft gebracht. Maar verlegenheid is nu niet bepaald een karaktereigenschap die bij haar past. Ze realiseert zich dat ze met haar pleidooi een gevoelige snaar heeft geraakt. ,,Het leeft. Mensen zijn het zat dat er altijd voornamelijk aandacht is voor havo- en vwo-kinderen, terwijl meer dan de helft van de kinderen in Nederland naar een vmbo gaat. Voor hen sta ik op, samen met mijn collega’s hier op school, en op alle vmbo-scholen in het land.’’ Ook de redactie van het Jeugdjournaal trekt zich de kritiek van Van den Beld aan, en stuurt de volgende dag een cameraploeg naar Laren om de gedreven leerlingbegeleider op camera nog eens haar verhaal te laten doen. ,,Was super. Ik heb zoveel leuke reacties gekregen van collega’s, ouders en leerlingen.’’

Van den Beld en het vmbo. Het is een ’match made in heaven’. Ze heeft eigenlijk haar leven lang al een zwak voor onderwijs gehad. ,,Toen ik nog op de havo (Gooisch Lyceum in Bussum) zat, wist ik al zeker dat ik leraar scheikunde wilde worden. Maar het werd me uit m’n hoofd gepraat. Er zou geen werk in zijn. Dus koos ik voor hbo laboratoriumonderzoek.’’

Motor

Het lijkt een verstandige keuze, maar gelukkig is ze niet. Op een dag, ergens in het tweede jaar, ziet ze zichzelf in een laboratorium zitten, helemaal alleen, niemand om mee te praten, en dan weet ze: dit is het niet. Tot verbijstering van haar omgeving stopt ze per direct met haar studie en stapt over naar de lerarenopleiding scheikunde-natuurkunde in Utrecht. ,,Ik woonde nog thuis bij mijn ouders in de Hilversumse Meent en ging iedere dag naar school, afwisselend op de motor of met de trein. Vanwege mijn vakkennis kreeg ik vrijstellingen en lukte het om in drie jaar tijd deze studie af te ronden.’’

Ze gaat aan de slag op een vbo (voorloper van het huidige vmbo). Daar ontdekt ze hoe leuk het is om met kinderen van het ivbo (nu LWOO binnen het vmbo), dus kinderen die leerwegondersteuning nodig hebben. ,,Het directe van deze kinderen, het échte contact dat je met ze hebt. Ze flappen er van alles uit. Soms iets te veel, dan moet je een beetje bijsturen. Vakinhoudelijk kom je misschien iets minder ver met ze, maar de persoonlijke ontwikkeling van deze kinderen vind ik veel interessanter. Ik was meteen gegrepen door ze. Zo totaal anders dan kinderen op een havo of vwo waar ik ook heb gewerkt. Die leerlingen consumeren meer het vak wat de docent hen voorschotelt.’’

Schop

Voor Van den Beld aan de slag gaat bij College De Brink, werkt ze onder meer op een scholengemeenschap in Capelle aan den IJssel en bij Visio (speciaal onderwijs voor blinden en slechtzienden) in Amsterdam. Intussen trouwt ze, krijgt ze drie dochters en vestigt ze zich met haar gezin in Naarden. ,,Ik werkte pas een half jaar op De Brink als docent scheikunde toen de vacature leerlingbegeleider vrij kwam. Ik voelde me eerst wat bezwaard, zo kort pas in dienst, kon ik dat wel maken? Maar mijn man heeft me een schop onder mijn kont gegeven. ’Dit wil je, en dit kun je. Ga er gewoon voor’, zei hij.’’

Sindsdien is ze helemaal in haar element. ,,Zo leuk om met die kinderen aan de slag te gaan. Soms zijn er maar twee gesprekjes nodig om een leerling weer op de rit te krijgen, met anderen ben je vier jaar lang bezig. De meeste leerlingen zie je groeien van angstige, verlegen, onzekere frummeltjes, tot zelfbewuste dames en heren. Klaar om de stap naar het mbo te zetten.’’

Ze vindt het frappant dat er de laatste weken zoveel aandacht is voor het vmbo en het mbo. Werkgeversorganisaties, de rijksoverheid, scholengemeenschappen. Op allerlei terreinen wordt gesproken over het belang van goed opgeleide vaklui, van hun essentiële rol in de maatschappij. ,,Ik denk dat ik echt iets in werking heb gezet met mijn open brief. Kwestie van de juiste woorden op het juiste moment. Daarom heb ik nu ook doorgepakt en luid ik nu op eigen titel maar namens al mijn leerlingen en collega’s de noodklok. Nu is het moment om de politiek duidelijk te maken dat er gigantische problemen zijn op het vmbo. Die moeten echt worden opgelost.’’

Grijs

Die problemen zijn velerlei. Groot punt is dat het groeiend aantal zij-instromers - kinderen die begonnen zijn op een mavo of havo, het daar niet redden en afstromen naar vmbo-kader. Van den Beld draait haar bureaustoel en wijst naar de bakken achter zich, vol dossiers over leerlingen. ,,De gekleurde mappen zijn van leerlingen die hier gewoon in het eerste jaar zijn begonnen. De grijze mappen zijn van zij-instromers. Die gaan over kinderen die sowieso zijn beschadigd. School is voor hen per definitie een negatieve ervaring. Ze hebben vaak faalangst, zijn zwaar gedemotiveerd als ze bij ons binnenkomen. Hier op een goede manier mee omgaan, ervoor zorgen dat deze leerlingen worden opgenomen in een nieuwe groep, is voor ons team al een enorme uitdaging. En dan heb ik het nog niet eens over de praktische kant van het verhaal. In het derde jaar, en straks al in het tweede jaar, hebben onze leerlingen al een praktische richting gekozen. Hoe kunnen deze zij-instromers dit nou zomaar oppakken? Zij hebben toch een gigantische achterstand? En we moeten ook maar net ruimte hebben. Je hebt met praktijklokalen te maken, specifieke leermaterialen. Totaal anders dan wanneer iemand van vwo naar havo afstroomt. De demotivatie is vergelijkbaar, maar die kinderen blijven in een zelfde soort theoretisch leeromgeving, dus binnen die niveaus kunnen leerlingen makkelijker instromen.’’

Van den Beld schat dat er momenteel in het Gooi voor zo’n vijftig afstromers een school gevonden moet worden. ,,Wij zitten voor volgend schooljaar zo goed als vol. Ik denk dit ook voor andere vmbo’s in de regio geldt. Dus waar laat je straks die leerlingen voor wie geen plek is? Ik heb geen idee.’’

Oorzaak van het toenemend aantal zij-instromers ligt onder meer in de nieuwe manier waarop basisscholen hun middelbare schooladvies baseren, zegt Van den Beld. Ze legt uit dat sinds twee jaar de eindtoets op de basisschool niet meer leidend is. In plaats daarvan is het oordeel van de leerkracht doorslaggevend. Gevolg is dat er ouders zijn die de leerkracht van de basisschool onder druk te zetten om hun kind een zo hoog mogelijk schooladvies te geven. Ook wordt er massaal ingezet op huiswerkbegeleiding en speciale Cito-trainingen. Van den Beld: ,,Die kinderen hebben dus geleerd hoe ze die eindtoets zo goed mogelijk maken. De uitslag zegt dan eigenlijk niets over het daadwerkelijke niveau van een kind. Logisch dus dat na een of twee jaar blijkt dat het kind het niveau helemaal niet aan kan, met afstromen naar een lager niveau tot gevolg. Dit gebeurt op alle niveaus, maar de impact op het vmbo is het heftigst, omdat onze onderwijsvorm veel praktischer is en daardoor niet goed aansluit op de theoretische opleidingen mavo, havo en vwo.’’

Niveaus

Het liefst zou Van den Beld zien dat de eindtoets op de basisschool wordt afgeschaft: ,,Er is toch een leerlingvolgsysteem? Vanaf groep 3 worden de kinderen twee keer per jaar getoetst. Dat geeft een prachtig beeld van de ontwikkeling van een kind. Ook een idee: hou op met het communiceren in A- en E-niveaus. Geef gewoon vanaf het begin aan welk schooltype bij een kind past. Dan neem je de ouders helemaal mee in het proces, dan weten de kinderen ook veel eerder waar ze aan toe zijn.’’

Ze is vol lof over haar collega’s in het basisonderwijs. ,,Zij weten meestal goed wat het beste is voor welk kind. Ik zou willen dat ouders ook weer meer op hun expertise zouden vertrouwen. Dat geldt ook voor de collega’s op middelbare scholen. Ouders moeten weer snappen dat docenten professionals zijn, dat we met elkaar - ouders, kind, docent - een team moeten vormen. Als tussen die drie partijen de balans goed is, kun je heel ver komen.’’

Meer nieuws uit Gooi en Eemland

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.