Hilversumse huisbaas wil lastige huurder kwijt

Na de arrestatie van de huurbaas voor geweldpleging doorzocht de recherche zijn woning.

Na de arrestatie van de huurbaas voor geweldpleging doorzocht de recherche zijn woning.© Archieffoto

Anke Sprakel
Hilversum

„U moet met een verdomde sterke zaak komen als ik er een klap op wil geven.” Enigszins geïrriteerd berispt de voorzieningenrechter maandagmiddag de eigenaresse van het bedrijfspand aan de Emmastraat 34 in Hilversum.

De vrouw eist in een kort geding ontruiming van haar huurder. De man zou te veel overlast veroorzaken in de buurt waardoor huurders en omwonenden bang zijn geworden en vertrekken. Ook heeft hij volgens de Hilversumse een huurachterstand van twee maanden, verhuurt hij kamers die niet van hem zijn en heeft hij ruzie met de buren over de parkeerplaatsen. Volgens de rechter ontbreekt het aan goed onderbouwd bewijsmateriaal. „Ik wil het bewijs op papier zien”, antwoordt de rechter als de advocaat van de Hilversumse wijst op een drietal getuigen die zijn meegekomen om hun verhaal te doen over de overlast. De voorzieningenrechter wuift dat verzoek van de hand en wijst de advocaat erop dat zij beter met politiemutaties had kunnen komen waarin de aangiften van de bewoners op papier staan.

Ook de huurder krijgt er van langs. Hij heeft in aanloop naar het kort geding pakken papieren lukraak en zonder enige structuur naar de rechtbank en de eisende partij gefaxt. „Het is bijna niet te volgen wat daarin staat”, aldus de rechter. Volgens de huurder zijn de stapels papier als bewijs overlegd om aan te tonen dat de tegenpartij ongelijk heeft.

De huurder spreekt van een complot dat tegen hem gesmeed wordt om hem weg te jagen en ontkent alle beschuldigingen. „Ik word beschuldigd van van alles en nog wat. Daar klopt helemaal niets van. Er wordt mij onrecht aangedaan. Het liefst ga ik daar ook weg.”

De voorzieningenrechter ziet hier een opening voor een eventuele oplossing.

„Dat het niet lekker loopt op de Emmastraat is wel duidelijk. Is er voor u beiden een oplossing denkbaar om afscheid van elkaar te nemen?” De rechter kijkt de twee partijen hoopvol aan.

Van beide kanten blijft het stil. Als de rechter het woord weer wil nemen, grijpt de huurder in.

„Ik heb een contract voor tien jaar. Voor een ton ben ik weg.” Even valt er een stilte. Dan begint iemand achter in de zaal te lachen. De rechter kijkt de huurder verbaasd aan en antwoordt dat het dan weinig zin heeft te zoeken naar een oplossing. „Dan rest mij niets anders dan op 30 april uitspraak te doen. Goedemiddag.” En met deze woorden sluit hij de zitting.

Meer nieuws uit Gooi en Eemland

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.