In 60 seconden: Honger

Tamar de Vries

Tamar de Vries© Peter Schat

Tamar de Vries

Vermoedelijk ligt mijn strenge - om niet te zeggen zéér strenge - opvoeding eraan ten grondslag dat ik nooit zomaar zeg: ’Ik heb honger’.

Dat mochten wij vroeger thuis gewoon nooit, maar dan ook nooit, zeggen. ’De kindertjes in Biafra en een heleboel landen in Afrika hebben honger, wij in Nederland niet’, doceerde mijn vader. ,,Jij hebt hooguit trek in eten.”

En daar bleef het niet bij. In een onbewaakt ogenblik heb ik als meisje van twaalf een keer demonstratief gezucht toen mijn moeder de piepers op tafel zette. ’Alwéér aardappelen’, sprak ik brutaal. Mijn vader stuurde mij direct naar boven. Zonder eten naar bed.

Grappig detail, later op de avond kreeg hij toch een beetje medelijden en mocht ik zijn van de lunch overgebleven boterhammen met leverworst opeten. Nooit smaakte brood met leverworst zó goed.

Het taboe op het woord honger dreunt zelfs nu nog na. Als ik in de lunch-appgroep lees dat een van de leden wil gaan lunchen omdat-ie honger heeft ik, denk ik nog steeds: niks honger, hooguit trek.

De laatste maanden denk ik dat vaker, want als ik naar mijn werk rijd, kom ik in Soest langs de Ambachtshal aan de Koningsweg. Daar is Lunchroom Honger gevestigd. Waarom noemen ze het geen Lekkere Trek? Bekt veel beter.

Meer nieuws uit Gooi en Eemland

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.