Truitje hondenhaar uit Eemnes oorlogstopstuk in Kunsthal

foto edward de vries lentsch

Edward de Vries Lentsch
Eemnes

,,Het enige wat ik me van het truitje van hondenhaar herinner, is dat het heel erg kriebelde. Ik was in de Hongerwinter (1944-1945) twee jaar en twee maanden’’, vertelt Liesbeth van Ogtrop. Het truitje uit Eemnes is een van de topstukken op de door gastcurator Ad van Liempt samengestelde, tentoonstelling ’De Tweede Wereldoorlog in 100 voorwerpen’.

De expositie is een samenwerkingsproject van 25 Nederlandse oorlogs- en verzetsmusea op initiatief van het Nationaal Comité 4 en 5 mei. ,,Het truitje is een heel aansprekend voorwerp. Ook voor kinderen: kriebeltrui én honden’’, aldus Sabine Parmentier, communicatie Kunsthal Rotterdam. De verrassende expositie is al door circa 85.000 mensen bezocht. Behalve het truitje kan de bezoeker onder meer de knikkers van Anne Frank, een biels van de Birma-spoorlijn en de laarzen van de commandant van Kamp Amersfoort zien.

De 71-jarige Liesbeth van Ogtrop was begin februari bij de opening door koning Willem-Alexander. Ze zag ook hoe enkele schoolklassen reageerden op ’haar’ vitrine. ,,De kinderen konden niet geloven dat ik - ’de oma’ die voor ze stond - het meisje was dat met de trui aan op de foto stond.’’ Ze schonk het truitje aan het Nationaal Bevrijdingsmuseum 1944-1945 in Groesbeek. ,,Ik wilde het niet in een lade laten liggen, dan zou niemand het verhaal erachter kennen.’’

Dat verhaal is vooral te danken aan de originaliteit van Eugenie van Ogtrop-barones van Voorst tot Voorst (1913-2005), de vrouw van Piet van Ogtrop (1904-1958) die van 1936 tot 1948 burgemeester van Eemnes was. ,,Mijn moeder kon van niks iets maken. Het haar is van keeshond Sten. Die viel altijd ontzettend uit. Van dat haar zijn bolletjes wol gesponnen waarvan ze het truitje heeft gebreid. Het was te klein voor mijn broer Hein-Jan.’’

Bij de installatie in 1936 waren Eugenie en Piet nog niet getrouwd. De ambtswoning aan de Wakkerendijk die ’De Lindeboom’ werd genoemd, was af in 1938. Daarvoor had de burgemeester van Eemnes geen ambtswoning, de burgemeester woonde in Baarn.

In het ’boerendorp’ Eemnes voelde het paar zich zeer welkom. De ruilverkaveling en aanleg van wegen bepaalden de agenda. De leeftijd van burgemeestersvrouw (24) zette bezoekers in het begin wel eens op het verkeerde been. ’Is je vader thuis?’, vroegen ze soms. Bij het uitbreken van de oorlog in Nederland op 10 mei 1940 werd Piet van Ogtrop zoals zo velen ’de burgemeester in oorlogstijd’. In het interview van Marga van Kleinwee uit 2003 met Eugenie van Ogtrop vertelt de burgemeestersvrouw daarover. ’In het begin van de oorlog was er de vraag of mijn man als burgemeester zou blijven of niet. Hij is gebleven en heeft veel nuttig werk kunnen doen.’ Zo weigerde hij mensen te leveren voor de uitkijkpost in de toren (gemeente-eigendom) van de hervormde kerk van Eemnes-Buiten.

’Ik herinner me ook dat er eens een Duitser kwam aanzetten op het gemeentehuis met het verhaal dat er een jood zonder ster op een fiets reed. Mijn man beloofde daar direct iets aan te doen, maar er gebeurde natuurlijk niets. Op die manier kon hij helpen. Hij heeft ook veel voor de vliegeniers (neergeschoten vliegtuigbemanningen, red.) gedaan die in Eemnes zaten ondergedoken. Ik weet nog dat Dudok van Heel, hoofd van de ondergrondse, op Dolle Dinsdag (5 september 1944) en dokter Keeman op bezoek kwamen. Hij hield hen op de hoogte. Mijn man was ook betrokken bij het verzet, al wist ik dat toen niet. Hij ging wel eens slapen bij familie Meijer (Meentweg 47) omdat hij op een lijst met verdachte personen zou staan.’ Café Staal was het centrum van de ondergrondse. Er zaten ook onderduikers in het burgemeestershuis en vluchtelingen die evacués werden genoemd . ’We hebben altijd genoeg eten gehad, vooral dankzij de boeren. De tuin leverde ook veel op. Appels, pruimen, snijbiet.’

De laatste oorlogsmaanden in 1945 waren onvergetelijk. In maart landde een tank van een vliegtuig in de tuin. In april ’45 kreeg de burgemeester Duitsers ingekwartierd. De frontlinie lag bij Baarn. De kinderen werden in Blaricum ondergebracht. Alleen de ouderslaapkamer bleef gevrijwaard van Duitsers. ’Mijn man lag vaak met zijn oor op de slaapkamervloer om Duitse telefoongesprekken te volgen.’ Het waren overigens geen Duitsers maar Oostenrijkers voor wie de oorlog ook niet snel genoeg afgelopen konden zijn.

Het echtpaar kreeg vier kinderen (Hein-Jan 1939, Liesbeth 1942, Beatrice 1946 en Lodewijk 1952). In 1948 werd Piet van Ogtrop burgemeester in Blaricum en dat betekende verhuizen. Liesbeth van Ogtrop: ,,Een heel gezellige tijd die ik me wel herinner. We woonden op Bussummerweg 2, dat was de ambtswoning (vlakbij de Dorpskerk-red.).’’ Aan het geluk kwam een eind door het plotselinge overlijden van Piet van Ogtrop in 1958. ,,Door een acute blindedarmontsteking, bleek achteraf.’’

De weduwe moest met haar vier kinderen uit de ambtswoning. ,,Tijdelijk in een huurhuis aan de Diepenbrocklaan in Laren omdat mijn moeder twijfelde of ze terug zou gaan naar haar geboorteplaats Den Haag. Maar ze had zoveel vrienden in het Gooi dat ze in Laren is gebleven en een huis kocht aan de Houtweg (tegenover de hertenkamp) en ze is gaan werken (onder andere biologieles op het prinsessenlyceum op het Baarnsch Lyceum, red). Zelf ben ik begin jaren zestig uit huis gegaan.’’

Over haar ouders wil Liesbeth Van Ogtrop nog vertellen dat ze ,,met verve en moed’’ de oorlogsjaren zijn doorgekomen. ,,En altijd knalhard gewerkt.’’

’De Tweede Wereldoorlog in 100 voorwerpen’ is tot en met maandag 5 mei, Bevrijdingsdag, te zien in de Kunsthal Rotterdam.

Met dank aan Liesbeth van Hövell-van Ogtrop, en Marga van Kleinwee voor de passages uit haar interview met Eugenie van Ogtrop-Barones van Voorst tot Voorst, voor het blad van de Historische Kring Eemnes.

Meer nieuws uit Gooi en Eemland

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.