Expostie Stracké: ’Rijksmuseum jaloers’

Expostie Stracké: ’Rijksmuseum jaloers’
Frederique Brinkerink bij de expositie over Stracké
© Studio Kastermans/Alexander Marks
Baarn

„Het Rijksmuseum is jaloers op wat hier staat”, lacht Ton van den Oudenalder van de Historische Kring Baerne over de expositie Frans Stracké & Co. Een ode aan de begiftigde Baarnse beeldhouwer en schilder (1820-1898), telg uit een van origine Duitse kunstenaarsfamilie.

Frédérique Brinkerink, junior conservator van het Haagse Museum Beelden aan Zee, opende dit weekeinde de tentoonstelling. Zij promoveert over een tijdje op het werk van Stracké en zijn broer Johan. Likkebaardend kijkt zij naar alles wat tevoorschijn is getoverd. Een deel komt uit de eigen collectie van de Historische Kring Baerne. Niet gek, omdat Stracké 120 jaar geleden in villa Eemwijk aan de Kerkstraat woonde.

„Particulieren kwamen de laatste dagen nog met werk aanzetten. Het lag thuis te verstoffen”, zegt Anna Ornstein, de vrijwilligster die de tentoonstelling.

Levensecht

Brinkerink is lyrisch over wat zij ziet in de Oudheidkamer onder de bibliotheek. „Kijk eens naar de levensechtheid van die voetjes”, zegt zij wijzend naar het melk drinkende knaapje in marmer dat in bruikleen is gegeven door de gemeente Baarn. „Marmer is keihard. Het is heel lastig om er zachte vormen in te krijgen. Ook de manier waarop de armpjes om het melkkannetje zijn geklemd is heel bijzonder met die ruimte onder de armen. Het vergt veel technisch inzicht. Anders stort het in.”

„Veel werken zitten nog verstopt in privécollecties en kerken. Soms duiken ze op bij veilingen”, weet zij. Een voorbeeld is het beeld Doornroosje, dat dik onder het mos bij toeval ontdekt werd door een Hilversums veilinghuis. Het staat nu gerestaureerd in Amsterdamse Rijksmuseum.

Brinkerink ziet bij de expositie voor het eerst beeldhouwwerken, waarvan zij wel gehoord had zoals het meisje uit de Elzas en zijn schetsboeken. Het werk van Stracké is heel divers. „Bij dit terracotta beeld voeg je klei toe in rolletjes en bolletjes en bij hout, ivoor en marmer hak je materiaal weg”, legt zij de bezoekers uit.

Een van zijn bekendste werken is het praalgraf voor de familie Dorrepaal met een grote neerdalende engel, vermeld in gerenommeerde kunstboeken.

Stracké bracht het tot hoogleraar aan de Nederlandse Rijksacademie in Amsterdam. Hij was een belangrijke man voor de ontwikkeling voor de beeldhouwkunst van de negentiende eeuw. „Een ondergeschoven kindje, omdat de meeste mensen meer oog hebben voor schilderkunst”, aldus Brinkerink.

Stracké trok ook de aandacht door van een knoestige halfvergane populier een stoel te beitelen. „Het was een soort Rietveldstoel avant la lettre”, aldus Brinkerink. Zij raakte geïnspireerd omdat zij overal wel een Stracké tegen kwam. Later bleek dat niet alleen Frans, maar ook zijn vader, broer en zoon actief kunstenaar waren. Vandaar dat de Baarnse tentoonstelling ook Stracké & Co heet. Met veel schilderijen en aquarellen van hemzelf en zijn familie. Tot 10 augustus te zien.

Meer nieuws uit Eemland

Keuze van de redactie