Hilversum nam risico's met Philipscomplex

Voormalige hoofdgebouwen van Philips. Foto Studio Kastermans/Alexander Marks

Voormalige hoofdgebouwen van Philips. Foto Studio Kastermans/Alexander Marks

Ronald Frisart
Hilversum

De gemeente Hilversum nam risico’s door over de eigen voornemens ten aanzien van het voormalige Philipsterrein mededelingen te (laten) doen aan de verkopende financier Propertize en aan potentiële kopers. Dat blijkt uit 73 pagina’s - tot nu toe grotendeels vertrouwelijke - documenten die de gemeente openbaar heeft gemaakt. In een toelichting schrijven burgemeester en wethouders dat ze niets verkeerd hebben gedaan.

Risico nam de gemeente doordat wethouder Wimar Jaeger op 16 november aan Propertize en via deze aan de bieders op het Philipscomplex liet blijken dat er een voorbereidingsbesluit aankwam. Tot dan toe was het mogelijk de oude Philipsgebouwen tot appartementen om te bouwen. Het voorbereidingsbesluit moest dat verhinderen. Het opgenomen telefoongesprek dat Jaeger daarover op 16 november met Propertize voerde is nu uitgetikt met weglating van namen van drie bieders.

Het eerste risico was dat een bieder gewapend met die kennis nog gauw een bouwvergunning voor zulke appartementen kon indienen en zijn zin zou krijgen. B en w noemen dat risico ’verwaarloosbaar’, maar advocatenkantoor Houthoff Buruma noemde het op 17 november in een notie voor de gemeente ’beperkt’. Overigens is zo’n ’vijandelijke bouwaanvraag’ niet ingediend.

Schade

De kans dat de gemeente een schadeclaim om de oren krijgt, beoordeelde Houthoff Buruma als ’zeer laag’ tot ’beperkt’ - maar dus niet uitgesloten. Indieners van claims kunnen stellen dat de gemeente met het voorbereidingsbesluit in een laat stadium het speelveld veranderde: tot in november gold het bestaande bestemmingplan.

Dat staat wonen op het terrein toe - zonder beperkende voorwaarden. Partijen die schade zouden kunnen claimen zijn de nieuwe eigenaar (Royal Properties), financier Propertize en de curator van Modulus, de failliete vorige eigenaar.

In de toelichting benadrukt het college dat het ’geen invloed (heeft) gehad of willen hebben op de biedings/veilingsprodedure’. Een andere vraag is of het invloed heeft gehad op de prijsvorming. Die vraag werpen b en w niet op. Wel vermelden ze welke contacten ambtenaren en wethouders - vooral Jaeger - hadden met verkoopmakelaar, financier en bieders. Het ging daarbij om randvoorwaarden: wat wil de gemeente met het terrein?

Werken met randvoorwaarden was ’verantwoord’, aldus het college: ,,Dan kunnen die partijen hun bod mede afstemmen op basis van de (globale) visie van de gemeente over de inrichting van het terrein’’. Die medewerking is verleend hoewel b en w erkennen dat er tegengestelde belangen waren. Propertize wilde een hoge prijs, de gemeente had belang bij een lage prijs, omdat dat het gesprek met de koper vergemakkelijkt over wat er op het Philipsterrein zal worden gebouwd.

Meer nieuws uit Gooi en Eemland

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.