Een instituut verdwijnt uit Huizen [video]

Het hoofdgebouw van het uit 1932 daterende blindeninstituut in Huizen.
© Fotos: Streekarchief Gooi en Vechtstreek
Huizen

Vóór komend schooljaar vertrekt de Visio-school voor blinden en slechtzienden uit Huizen. Terug naar Amsterdam, waar het ooit begon. De reden voor de verhuizing is een positieve ontwikkeling. Steeds meer leerlingen met een visuele beperking vinden namelijk, ondersteund door ambulante begeleiders, een plek in het reguliere onderwijs. Ook voor andere werkzaamheden heeft de Koninklijke Visio minder vierkante meters nodig.

De blindenschool bestaat al sinds 1808 toen Amsterdamse vrijmetselaars het Instituut tot Onderwijs van Blinden oprichtten.

De school ging van start met slechts drie ’kwekelingen’. De avondlessen werden gegeven in een huis van een onderwijzer van een school van de Maatschappij tot Nut van het Algemeen.

De eerste school voor blinde kinderen in Nederland groeide in de loop der jaren flink, vond onderdak in diverse panden in de hoofdstad en vertrok uiteindelijk - op zoek naar meer ruimte - naar Huizen. Daar, aan de Amersfoortsestraatweg, vlak tegenover uitspanning De Gooische Boer, werd in 1932 een nieuw complex betrokken.

Wandelsportvereniging ’Vrij en Blij’ van het Blindeninstituut, Avondvierdaagse 1949.

Dit was ontworpen door de gebroeders Van Gendt en omvatte een arbeidsgebouw, een ’gesticht’ voor volwassen blinden, een muziekgebouw, een hoofdgebouw, enkele woningen voor medewerkers (arts, portier en tuinman) en een woongebouw. In het complex werden naast de school dus ook andere voorzieningen voor (volwassen) blinden ondergebracht.

Rondleiding

Met de bouw was in oktober 1930 begonnen. In mei 1932 waren de werkzaamheden al zo ver gevorderd dat een verslaggever van De Gooi- en Eemlander het grote terrein (200 meter breed en 800 meter lang) kon bezoeken. ’Betreden wij het terrein, dan zien we voor ons het prachtige hoofdgebouw’, begint diens verslag van de rondleiding.

De heer G.P. Tukker vierde in oktober 1954 zijn 40-jarig jubileum bij het Blindeninstituut in Huizen.
© foto’s streekarchief gooi en vechtstreek

Radiocentrale

Links van de ingang staat de portierswoning met de telefooncentrale en rechts een gebouwtje waarin de tuinman woont en waarin de radiocentrale is ondergebracht. Het instituut heeft namelijk een eigen radio door het hele complex.

’Wij slaan nu eerst linksaf door den fraai aangelegden tuin, een schepping van den bekenden tuinarchitect Tersteeg uit Naarden. We komen dan in het gestichtsgebouw, waarachter het arbeidsgebouw gelegen is.’

Blinden voeren een toneelstuk op in 1959.

Daar is ook de woning van den directeur van die afdeling. Het gestichtsgebouw is zowel voor mannen als voor vrouwen bedoeld. In het arbeidsgebouw is onder meer een showroom waar alles wordt tentoongesteld wat de blinden hebben vervaardigd.

Celotex

In het hoofdgebouw zetelt de directie.

’Wat ons in dit gebouw wel het allermeest opvalt zijn de vele muziekcellen, alle afgedekt met celotex, zulks ter demping van het geluid. Hier zijn allemaal z.g. rifvloeren gelegd. Dan is er de kleine orgelzaal voor het geven van onderwijs en een ruime piano-werkplaats. De groote orgelzaal met ruiten van glas in lood is bestemd om er uitvoeringen te geven. Deze fraaie zaal met eiken betimmerd, heeft een ruim podium en er is plaats voor zeer velen om de uitvoeringen der blinden bij te wonen.’

Het werken met een bandrecorder (1959).

Museum

In het hoofdgebouw bevinden zich verder onder meer een ’ruim en frisch’ gymnastieklokaal, een museum, een drukkerij en een school. Ook de rechtervleugel is bestemd voor onderwijs. ’De trappen in dit gedeelte van het gebouw zijn alle van teakhout en de muren zijn met eiken betimmerd.’

Sporten in een ’ruim en frisch’ gymnastieklokaal (1959).

Schoorsteen

De rechtervleugel herbergt verder een vergaderkamer voor het bestuur (met daarin een ’zeldzaam mooie schoorsteen, opgetrokken van een Fransch marmersoort’), een kamer voor het kantoorpersoneel en een recreatiezaal voor de onderwijzers. ’Boven is het uitgebreide archief ondergebracht; een lift brengt de leermiddelen naar beneden.’

Klimmen in de gymzaal (1959).

Achter dit gebouw staat het woonverblijf voor de kinderen: jongens boven, meisjes beneden. ’Daar is ook een ruime granieten waschruimte en een geheel beteugeld vertrek voor het nemen van douches. Alles practisch en zeer doelmatig. Onnoodig te zeggen, dat de kinderen ook vakonderwijs ontvangen.’

Verpoozing

Achter het hoofdgebouw bevinden zich een ruime binnenplaats en terrassen, ’waar den geheelen dag volop de zon staat en waar de patiënten verpoozing kunnen zoeken’. Maar ook het uitgestrekte terrein met zijn vele dennebomen biedt volop gelegenheid voor de ouderen om te wandelen en voor de jongeren ’om naar hartelust te stoeien en te ravotten’.

Het complex heeft zijn eigen riolering, een eigen brandweer en een ruime autogarage.

Kogelstoten in de buitenlucht (1959).

Dorp

’Zoo is feitelijk dit complex gebouwen, liggend op het grondgebied der gemeente Huizen, een dorp op zichzelf, waar men eenige uren kan ronddwalen en dan heeft men nog niet eens alles gezien’, concludeert de krant. Kortom: een sieraad voor het Gooi.

Wilhelmina

Enkele maanden later, op 9 september 1932, worden het nieuwe Instituut tot Onderwijs van Blinden en het Gesticht voor Volwassen Blinden officieel geopend door koningin Wilhelmina, in aanwezigheid van prinses Juliana en prins Hendrik.

Meer nieuws uit Gooi en Eemland

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.