In 60 seconden: Bevergeil

Vroeger wilde ik uitvinder worden als ik later groot was. Of dat te maken heeft met mijn aangeboren hang naar ’gemak dient de mens’ of met de even vroeg geconstateerde nieuwsgierigheid, weet ik niet. Het is journalist geworden, wat -met een beetje fantasie- niet zoveel verschilt van uitvinder.

Maar daar zat ik dan op mijn kamertje. Voor me uitgestald een schare aan wasknijpers, doppen, schroevendraaiers, plankjes, blikken en ander materiaal dat me uitstekend geschikt leek voor de geboorte van iets met minstens hetzelfde belang als vuur, het wiel of het buskruit.

Na een uur of twee belandde de boel met een gefrustreerde zwieper in een hoek. Alles bestond al. Of was absoluut nutteloos. Mijn toekomst als uitvinder hing ik aan de wilgen.

Heel wat ingenieuze ingevingen van anderen hebben daarna mijn pad gekruist. Soms welde een zweem van jaloezie op. Zo was daar de mobiele telefoon, zelfrijdende auto, pannenafgietdeksel en het dubbelwandige theeglas.

Er is alleen één uitvinding die ik nooit goed heb begrepen. Beter gezegd, hoe is ontdekt dat dit spul prima als smaakversterker in onder meer vanille-ijs kan worden verwerkt: bevergeil.

Afkomstig uit een klier tussen de anus en geslachtsorganen van de bever. Ja echt, u eet het ook. Díe uitvinder zou ik dolgraag graag eens ontmoeten. Uit nieuwsgierigheid.

Meer nieuws uit Nieuws