Pil X in een jampotje in een beschuitbus | column

Joost Prinsen

„Die beschuitbus beviel me helemaal niet”, zei Ankie. Ze kwam onverwacht even koffie drinken. Ze was vroeger aan het toneel maar zei de planken al snel vaarwel. Tegenwoordig is zij de koningin van de blind date, ik heb u op deze plek wel eens over haar verteld.

Zij vervolgde: „Ik had dus een beschuitbus nodig want dat jampotje alleen vond ik niet veilig genoeg. Ik had het hele spul namelijk in een jampotje gedaan.”

„Begin nog eens opnieuw”, vroeg ik. Ankie heeft de neiging verhalen fragmentarisch te vertellen in willekeurige volgorde. Alsof ze aan een scenario bezig is voor een film van Tarantino.

„Goed”, zei ze, „je weet dat ik al een tijdje die pil wil hebben.” Dat wist ik. Ze had me vaker verteld over de pil X, een zelfmoordmiddel waar in de grachtengordel fluisterend over gesproken wordt. Het middel is legaal of semilegaal te koop als je de juiste adressen weet. En kennelijk had Ankie zo’n adres gevonden.

Dat bleek te kloppen. „Een veilig gevoel hoor”, zei ze, „niet dat ik plannen in die richting heb. Verre van, maar als ik straks dement begin te raken en de artsen willen me niet helpen, ben ik voortaan selfsupporting. Dus wie doet me wat.”

„Jampotje”, zei ik. „Precies”, zei zij, „Ik had het adres gekregen van mijn zus en die had het natuurlijk via via. Ik daarheen, ergens in Buitenveldert, was niet eens duur. Het is een soort pakketje met een antibraakmiddel erbij en nauwkeurig voorschrift. Ik wilde het niet los in mijn tasje hebben dus ik had een jampotje meegenomen om alles in te doen. Maar dat jampotje alleen vond ik niet veilig genoeg. Ik dacht: ik doe het geheel in een beschuitbus, die plak ik af en ik zet alles hoog in de kast achter de shawls.”

„Wat was er dan mis met die beschuitbus”, vroeg ik.

„Om te beginnen dat ik er geen had. En de winkels waren dicht: corona! Toen ze eindelijk opengingen kocht ik de eerste de beste, een grijze met in grote letters: BESCHUIT. Ik zet hem op de keukentafel en ik vond het niks. Dat grijs, of ik naar mijn eigen urn zat te kijken. Maar nu liep ik vorige week met Henri in Haarlem.”

„Henri”, vroeg ik, „je was toch met ene Karel?” Maar zij wees me terecht: „Welnee, dombo, dat was de vorige of eigenlijk de eervorige want tussendoor ben ik nog even met Sunny geweest met wie ik vroeger een tijdje iets gehad heb. Ik loop dus in Haarlem langs zo’n winkel waar een eierdopje 22,50 euro kost. En daar staat een beschuitbus in de etalage: geweldig! Met felle kleurtjes, vrolijk, dat ding lachte me toe. Die heb ik meteen gekocht en nou staat hij met jampot en waarschuwende tekst erin achter de wintersokken boven in de kast. Veilig gevoel hoor!”

„En die grijze”, vroeg ik. „Ook veilig opgeborgen”, zei Ankie, „onderin de vuilnisbak!”

Meer nieuws uit Opinie-Column

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.