De enige eerlijke tegenstander die je hebt, dat ben je zelf. Als je in ieder geval jezelf hebt verslagen, dan is een vierde, vijfde of zesde plek zo gek nog niet | column

Kees van Dalsem

Als iets niet eerlijk is, dan is het wel sport. Het is het omgekeerde van wat we het liefst in de samenleving willen zien: iedereen gelijk, iedereen inclusief, vrijheid blijheid.

Op de Olympische Spelen is echter maar een ding belangrijk: een gouden medaille. Zilver en brons zijn mooie troostprijzen, maar nog zuurder is de vierde plek: net niet goed genoeg voor een plak. Of vijfde: nog slechter dan nummer vier, enzovoort. Het belang van een medaille wordt elke dag nog eens extra benadrukt met een medailleklassement; want het land dat de meeste plakken behaald, is ook nog eens de beste sportnatie.

Je zal je maar vijf jaar de blubber hebben getraind en op negen honderdste een medaille mislopen. In een race die amper 25 seconden duurt. Ranomi Kromowidjojo overkwam het. Op de vijftig meter vrij eindigde de goedlachse Groningse als vierde.

Maar het mooie was dat de zwemkoningin helemaal niet teleurgesteld was. Ze was een ’gelukkige, blije verliezer’, zei ze na afloop. „Natuurlijk had ik graag op het podium gestaan, maar het is goed zo. Dit is misschien wel de mooiste vierde plek ooit.”

Ook Rachel Klamer was in de wolken met een vierde plek op de triatlon (later werd ze met het Nederlands team ook nog eens knap vierde op de gemende estafette), en ’iedereen moest huilen’ na de vijfde plek van Inge Jansen bij het schoonspringen van de driemeterplank.

De enige eerlijke tegenstander die je hebt, dat ben je zelf. Wat je alleen kan doen als je meedoet aan de Olympische Spelen, is boven jezelf uitsteken. Als je dat gedaan hebt, heb je in ieder geval van jezelf gewonnen. Dat er toevallig andere sporters nog beter zijn op precies dat moment dat de medailles worden vergeven, daar kan je dan niks aan doen. En dan is die vierde, vijfde of zesde plek zo gek nog niet.

Meer nieuws uit Sport