Zorgeloos op de camping staan is dankzij klimaatverandering iets van het verleden | column

Iris Koppe

Het was een anderhalf-uur-durende wolkbreuk die de camping op het Waddeneiland voor een groot deel blank zetten. Mijn eerste reactie op het oorverdovende onweer: oordoppen indoen. Het was nacht, ik had vakantie en geen zin om me door welk buitje dan ook uit m’n slaap te laten halen. Pas toen ik het ineens erg koud kreeg kwam ik omhoog. Mijn matje lag in het water.

In de voortent dreef een boekje van Nijntje. Een tas met kleding, keukengerei en enkele luierpakken stonden zo’n tien centimeter in het water. Echt goed ingericht waren we nog niet, het was onze tweede nacht in deze duinpan. Onze dochter van anderhalf had het droog gehouden, ze lag op een armlengte van het water vredig te slapen in haar eigen babytentje. Als bezetenen begonnen mijn vriend en ik het water naar buiten te scheppen met nog niet afgewassen pannetjes. Buiten hoorden we schreeuwen en zagen we hoe de brandweer mensen uit hun tent haalde.

Zoals de volgende ochtend bleek was niet elke kampeerder even hard getroffen. De hoger gelegen tenten waren de dans ontsprongen, die in de duinpannen de sjaak. Wij zaten er precies tussenin, met ons kampement voor de helft in een kuil, en hadden geluk gehad met maar één vloedgolf. Bij het toiletblok werd gesproken van ’Limburgse toestanden’, maar dat sloeg natuurlijk nergens op. Dit was veel minder erg, hooguit vervelend. Sommige gasten moesten hun tent weggooien, voor hen was het einde vakantie. De hoger gelegen kampeerders ontfermden zich over de ’watervluchtelingen’, die een nieuwe plek op de camping moesten zoeken. Water werd urenlang met man en macht weggepompt, slaapzakken uitgeleend, wasjes gedraaid, koffie aangeboden. Uiteraard had je ook de malloten die niks deden en alleen met hun mobiel bij een zeiknatte tent gingen staan filmen. Dit was dan wel weer ’Limburgs’, waar ze ook last hadden gehad van ramptoerisme.

Deze plensbui was mijn vuurdoop op het waddeneiland, nooit eerder had ik hier gekampeerd. We hadden geopteerd voor een ’staafvrije vakantie’ - zonder tests - en dat betekende in eigen land. Ik vroeg me wel af wáárom de plekken in de duinpannen überhaupt werden verhuurd als dit zo risicovol was en gedoe opleverde, maar vaste bezoekers verzekerde mij dat ze ’zó’n stortbui in zeker vijfentwintig jaar niet hadden meegemaakt’.

Tijdens het drogen van onze matjes en kleding - de zon scheen gelukkig ’s ochtends - dacht ik aan een artikel uit de NY Times met de kop ’Niemand is meer veilig voor klimaatverandering’, waarin wordt beschreven hoe vooral steenrijke Westerse landen totaal verrast worden door veranderend weer. Limburg, de overstromingen in Duitsland, de branden in Amerika, de modderstromen in Italië en de Londense metrostations die onder water zijn gelopen. Allemaal gebeurd in een paar weken tijd, totaal onverwacht. Ik voelde me naïef dat ik me zo veilig had gewaand op een kindvriendelijke camping aan de Nederlandse kust. Had ik niet beter moeten weten? En wie gaat er nu ook half in een kuil staan? Oordoppen indoen en denken dat het wel meevalt is gewoon zó niet 2021.

Dit weekend naderen de restanten van storm Evert, en ja, we hebben al extra scheerlijnen gekocht. Nu zijn wij trouwens, half in onze duinpan, in het voordeel. Sterkte gewenst aan de hoger gelegen tenten op onze camping. Ik kom morgen koffie brengen.

Meer nieuws uit Opinie-Column

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.