’Laat de oude, kalende krijger nog één keer juichen als een jongetje’ | EK-column

Goran Pandev in actie tegen Oekraïne.
© Foto AFP

Elk EK kent een verrassing. Er was natuurlijk de zege van het ’campingelftal’ van Denemarken in 1992. In 2004 won Griekenland tot verbazing van iedereen de titel. En tijdens het vorige EK verraste Wales vriend en vijand met een plek bij de laatste vier.

Welk land dit jaar de verrassing wordt is nog een verrassing, anders is het geen verrassing meer. Maar iedereen heeft z’n voorkeur en die van mij is: Noord-Macedonië. Een landje met twee miljoen inwoners, getekend door oorlogen en meest recent in het wereldnieuws vanwege gedoe over de naam van het land.

En nu staat Noord-Macedonië op het EK. Vooral Goran Pandev, het voetballende boegbeeld van het land, spreekt tot de verbeelding. Een voor voetbalbegrippen stokoude aanvaller (bijna 38) die er nog ouder uitziet dan hij is. Hij lijkt in niets op een moderne voetballer. Pandev heeft een even hoog rock-’n-’roll-gehalte als, pak ’m beet, Kees van der Staaij, Jaap van Dissel of Jan de Hoop. Het is een klein mannetje dat zich licht gebogen, met gematigde snelheid, over het veld beweegt.

Je zou ’m bijna onderschatten. Maar het linkerbeen van Pandev moet je nou net níet onderschatten. Dat weten ze in Italië, waar hij furore maakte. Hij won de Champions League met Inter Milan. Pandev ging als een kind zo blij op de schouders toen hij Noord-Macedonië naar het EK schoot. Stiekem hoop ik dat hij, de antiheld van de underdog, dit toernooi weer op de schouders gaat. De kans is natuurlijk niet groot.

Zondag spelen Pandev en zijn maten tegen Oostenrijk; ze zitten bij Oranje in de poule. Natuurlijk gaat Nederland de groepsfase overleven, ik hoop met Noord-Macedonië in het kielzog. De finale op Wembley is misschien wat hoog gegrepen, maar laat de Macedoniërs in elk geval één potje winnen en de oude, kalende krijger nog één keer juichen als een jongetje.

Meer nieuws uit Sport