Vandaag in 1676 schaatsten vier mannen de Twaalfstedentocht. Heroïscher wordt het niet, het wachten is op een nieuwe ijstijd voor de volgende editie

Claes Arisz Caescoper, bedenker van de Twaalfstedentocht.

In deze rubriek blikken we terug op een historische sportgebeurtenis die haar ‘verjaardag’ viert. Vandaag: de Twaalfstedentocht, een schaatstocht van meer dan driehonderd kilometer die in vroeger eeuwen twee keer werd gereden.

IJsvrij

Heel Nederland staat op zijn kop als het hard vriest: kan er op sloten, meren en kanalen geschaatst worden, dan ontstaat de Elfstedentochtkoorts.

Schaatsgekte is niet alleen van deze tijd, het is al duizend jaar het favoriete tijdverdrijf van de Hollanders. IJsvrij als vrolijke ’lockdown’, want met hevige kou was er vaak weinig anders te doen dan de schaatsen onder te binden. Dat leverde taferelen op die de ’Stomme van Kampen’, oftewel schilder Hendrick Avercamp, wereldberoemd maakten.

’Iserne’ schoen

Over de ’iserne schoen’, of de ijzeren schoen, werd in de middeleeuwen al geschreven. Schaatsen was in de winter de snelste manier van voortbewegen en was ook bij de Zaankanter Claes Arisz Caescoper populair. Hij hield tot zijn dood een dagboek bij over zijn geliefde bezigheid en zo weten we ook van het bestaan van de Twaalfstedentocht. In de strenge winter van 1676 maakte Caescoper verschillende ritten en kwam hij op het idee voor een monstertocht.

Heldere maneschijn

Op 19 december 1676 vertrok Caescoper samen met Meindert Arendsz, Jacob Blauw en Jacob Buur voor een tocht langs twaalf Noord-Hollandse steden. Om 4 uur ’s morgens bonden ze de ijzers onder om in heldere maneschijn vanaf Koog aan de Zaan naar Haarlem te schaatsen. Via Amsterdam ging de tocht naar Weesp en Naarden om via Muiden terug te keren en naar het eiland Pampus over te steken.

Zout water

De Zuiderzee lag nog vol met zout water: het had dus zo hard gevroren dat het zeewater bevroren was. Bij Monnickendam klommen de mannen de dijk over om naar Edam, Purmerend en Oudendijk te schaatsen. Na negen uur schaatsen werd er daar voor het eerst ’gepleisterd’. Na een uur pauze vertrok het viertal naar Enkhuizen en Medemblik. In Alkmaar was de tweede tussenstop, om half negen ’s avonds waren de vrienden weer thuis in Koog aan de Zaan, na een tocht van zo’n 320 kilometer.

Klaas en Willem

De Twaalfstedentocht is nog een keer gereden. Op 29 december 1822 stapten de twee broers Klaas en Willem Oostindië in Koog aan de Zaan op het ijs. Ze hadden het zwaarder dan de vier: er stond een harde wind en er lag een vastgevroren zandlaag op de trekvaart naar Haarlem. De twee hielden uitvoerige noties bij van hun reis door Noord-Holland. Ze waren uiteindelijk 24 uur onderweg, vanaf kwart voor drie ’s morgens tot drie uur ’s ochtends de volgende dag.

Het wachten is nu op een volgende ijstijd voor de derde editie van de Twaalfstedentocht...

Meer nieuws uit Sport