Gymnastiekunie draait besluit terug. Topsportprogramma vrouwenturnen hervat, trainers weer welkom in de zaal. ’Dit is een klap in het gezicht’

Arnhem

De Nederlandse gymnastiekunie (KNGU) heeft het besluit om het topsportprogramma van de nationale vrouwenselectie stop te zetten teruggedraaid. Ook mogen bondscoach Gerben Wiersma en bondstrainer Vincent Wevers in de turnhal terugkeren. Wel is gekozen voor een vaste trainingslocatie in Nijmegen.

De centrale sessies hebben vanaf donderdag plaats onder verantwoordelijkheid van de bond. Een pedagogisch geschoolde waarnemer met coachervaring, die niet afkomstig is uit de turnwereld, zal dagelijks aanwezig zijn. Die toezichthouder is nog niet aangesteld. Daarnaast worden de turnsters op het mentale vlak intensief begeleid.

Er zijn wel voorwaarden verbonden aan de hervatting. Zo moeten de selectieleden zelf in een verklaring aangeven met welke trainer ze willen optrekken en dient de bemoeienis van de betreffende coach de instemming te hebben van het Instituut Sportrechtspraak (ISR). Het ISR is, ook in een later stadium, gerechtigd ’ordemaatregelen’ te treffen. Van de zeven trainers (inclusief bondscoach Wiersma) die in Nijmegen aan de slag kunnen, zijn er meerdere van fysieke en geestelijke mishandeling beschuldigd.

Technisch directeur Mark Meijer gaf dinsdag tijdens een persconferentie toe te zijn gezwicht voor de druk van de turnsters, waarvan er acht van de tien worden verplicht minimaal drie dagen per week op de nieuwe uitvalsbasis aanwezig te zijn. Zij eisten dat het topsportprogramma werd hervat en dat ze met hun eigen trainers konden blijven werken. Van het idee om een externe trainer-coach aan te trekken, werd zodoende afgezien.

Met de opvallende handreiking zegt Meijer niet alleen recht te doen aan de turnsters uit het huidige olympische traject, maar ook aan de slachtoffers. Hij sprak daarbij van een worsteling. „Hoe neem je de meldingen serieus en geef je erkenning aan de slachtoffers zonder de huidige topsporters hun olympische droom te ontnemen?”

Waar Meijer en bondsdirecteur Marieke van der Plas vinden dat zij hun verantwoordelijkheid hebben genomen, verwijten (oud-)turnsters die met misstanden naar buiten traden de bond juist gebrek aan moreel besef. „Het is een klap in het gezicht”, meent Stasja Köhler, die in 2013 in het boek ’De onvrije oefening’ het schrikbewind van trainer Gerrit Beltman uit de doeken deed. „Op geen enkele manier voel ik mij door de KNGU serieus genomen.”

Köhler krijgt bijval van twee andere ex-turnsters die de wanpraktijken scharen onder ’kindermishandeling’. „Er is geen enkele vorm van erkenning wat ons is aangedaan”, meent Anouk Visser-Jong. „De trainers die destijds over de schreef zijn gegaan, zijn de trainers die nu nog altijd bij het olympisch traject zijn betrokken. Het heden kun je dus niet los zien van het verleden.”

Petra Witjes is het daarmee eens. „Het signaal wat hiermee afgegeven wordt, is respectloos. Kennelijk heeft het niet de hoogste prioriteit. Wat voorop staat, is het prestatieklimaat. Opnieuw wordt voorbijgegaan aan de gevoelens en emoties van hen die beschadigd zijn geraakt.”

Lees ook: ’Mishandeld en vernederd’: Lees hier de verhalen uit ons turndossier

Meer nieuws uit Sport