KORTENHOEF - De Kortenhoefse villarel gaat een nieuwe fase in. Gedupeerd gezin Vermeire heeft deze week aangifte van oplichting gedaan tegen oud-wethouder Wim Neef (CDA) en diens zwager Ludwig Lüschen.
Volgens de Vermeires heeft dit duo op illegale wijze het recht bemachtigd voor de bouw van twee huizen aan de Emmaweg.
De nieuwbouw verrijst pal voor het vrijstaande huis van het gezin, dat nu nog vrij uitzicht heeft op de weilanden. De Vermeires strijden al zeven jaar tegen de villa’s. Ze wonnen in februari een belangrijke rechtszaak, maar zijn tot wanhoop gedreven nu toch hoger beroep volgt bij de Raad van State.
De familie ontdekte dat Lüschen de bouwgrond voor de villa’s voor slechts 6400 euro kocht, nog geen twee weken voor de lucratieve overeenkomst met de gemeente, met Wim Neef als wethouder ruimtelijk ordening, werd beklonken. In ruil voor een cruciaal stukje grond voor de wijk Zuidsingel kreeg Lüschen voor maar liefst 25 jaar bouwrecht aan de Emmaweg.
Lüschen moet lachen om de aangifte. ,,Wát zeg u? Die Vermeire verzint ook telkens wat anders.’’ Volgens Lüschen werkte het wethouderschap van zwager Neef juist in zijn nadeel. ,,Vergeet niet dat ik bij die deal goede grond moest inleveren. Het is de bedoeling dat wij zelf in één van de te bouwen huizen gaan wonen. In 2006 streken we neer in een caravan op de bouwkavel, een jaar later zou het huis klaar zijn. Maar omdat mijn zwager wethouder was, moesten we weg. We zijn nu al een keer of vier, vijf verhuisd en hebben nog niets. Vermeire kan gewoon niet geloven dat we oprecht zijn en eerlijke wegen bewandelen.’’ Neef zelf was niet te bereiken.
Volgens Aswin Vermeire zit de gemeente Wijdemeren in het complot. Hij wil nog wel geloven dat burgemeester Martijn Smit oprecht is, maar heeft sterk de indruk dat ambtenaren onder één hoedje spelen met de oud-wethouder en zijn zwager. De belofte van Smit om het hoger beroep in te trekken, is volgens hem niets waard. ,,Want Lüschen gaat wél in hoger beroep. En hij maakt gebruik van teksten die in opdracht van de gemeente door een extern juridisch bureau zijn opgesteld.’’ Lüschen erkent dat.
