HILVERSUM - Keukenzaken zijn in de woonbranche het meest gevoelig voor de economische crisis. Dat blijkt ook in Hilversum, waar - na Poggenpohl Keukenstudio - nu ook Schipper Keukens failliet is gegaan.
Eigenaar Karel Hagen (63) van Schipper Keukens stelt dat de bank zijn zaak keihard heeft laten vallen. ,,Onbegrijpelijk. We waren ons aan het herstellen. We hadden een positieve prognose voor 2012 van onze accountants. Vorig jaar hebben we tegen de ontwikkeling in de keukenmarkt in achttien procent méér keukens verkocht. We hadden na faillissementen van andere huurders weer rust in het gebouw aan de Nieuwe Havenweg, dat was het belangrijkste. Mensen hadden weer vertrouwen in ons.’’
Om de in deze branche traditioneel lastige laatste maanden van het jaar te overbruggen had het Hilversumse bedrijf geld nodig. ,,Minder dan een ton. Toch zei de bank keihard dat het te laat was. Natuurlijk, we hebben vijf, zes jaar verliezen geleden. Maar nu zag het er goed uit. We zijn een serieus bedrijf, met een goede naam. En met een goede opvolger in de zaak: mijn zoon.’’ Er zat voor de ondernemer uit Eemnes niets anders op dan de eer aan zichzelf te houden. ,,Een besluit dat me niet in de koude kleren is gaan zitten. Ik heb 45 jaar met hart en ziel voor dit bedrijf gewerkt.’’ Zes mensen, inclusief Hagen en Hagen junior, zijn hun baan kwijt. Ook moet het montagebedrijf dat werkte voor Schipper iemand ontslaan.
Begin december viel het doek voor Poggenpohl Keukenstudio Hilversum, gevestigd in een pand aan het begin van de ’s-Gravelandseweg. Curator is mr. N. Wilderink van Vorstman Advocaten in Naarden. Zij verklaart waarom de deur van de keukenboer aan de ’s-Gravelandseweg nog niet op slot zit. Dat heeft te maken met de opzegtermijn van (maximaal) drie maanden. ,,De huur is opgezegd. De winkel is nog open om de boel leeg te kunnen krijgen. De bestuurder van de failliete vennootschap is daar nog.’’ Het moederbedrijf - Van der Ven Holding - wil volgens de curator een doorstart maken, maar dan wel op een andere plek in Hilversum. Eigenaar Maarten van der Ven wil daar, desgevraagd, niets over kwijt.
